Geen bal

zondag, november 18, 2007

Al enkele maanden geleden, ruim drie om niet zo precies te zijn, had ons jaarlijkse kinderkamp plaats. Met 'ons' bedoel ik dan: alle mensen die zo gek zijn om vrijwillig 12 dagen een vakantie te nemen die er geen is. Toegegeven, het is goedkoper dan de gemiddelde Centerparcstrip, maar ook lichtelijk uitputtender. Op dergelijke kampen is het namelijk de bedoeling dat valide en -andersvalide kinderen samen 10 onvergetelijke dagen beleven waarbij nachtrust voor de begeleiding een vies woord is.
Het kamp gaat desalniettemin gedrenkt in een bijna sektarische gezelligheid die iedereen aan het eind doet beloven mekaar snel weer terug te zien. Omdat we beseffen dat zo'n belofte zelden waar wordt gemaakt, organiseren we al even jaarlijks het 'Terugkombal'. De trouwe lezer is hier wellicht al mee bekend. Blijft u echter vooral doorlezen, het promopraatje is zo voorbij.
Op het bal zijn ook andere vrijwilligerswerkingen uitgenodigd, wat meestal resulteert in een allegaartje van heen-en-weer-wiegende mongolen en rollend materieel. Ik noem nu het sydnroom van Down en rolstoelers als pars pro toto, daar menigeen er een mentale projectie bij heeft, maar in feite staan onze vakanties open voor alles met een IQ tussen 0 en 1000.
Nu, de laatste jaren neemt, om ons nog onbekende redenen, de populariteit van het bal af. Als de omzet de frieten van de vrijwilligers en de huur van de zaal dekt, spreken we van een geslaagde avond. Het pijnlijkst is dit voor de deelnemers die naar een vette fuif menen te komen en in een halflege zaal stranden. Alsof je maanden uitkijkt naar dat concert van DJ Tiësto, en het dan met herhaling op MTV moet stellen. Verondersteld dat je de muziek van Dhr Verwest naar hoge waarde schat, uiteraard. Ik ben geen alleszins geen fan, maar John Miles als voorbeeld was zo ongeloofwaardig geweest. Niet dat ik dan wel spontaan een vreugdedans lanceer bij "Music was my first love", maar ik dwaal af. Om kort te gaan: een zaal voor 500 personen doet wat troosteloos aan met de aanwezige 50 man.
Ik besluit dan maar even een praatje te slaan met die ene aanwezige mentaal andersvalide deelnemer aan ons kamp. X is een beetje een schuchtere jongen, die echter wel voor een dans te porren is. Letterlijk dan, want uit zichzelf zoekt hij de dansvloer niet op. Hij vertelt over die jongen op het internaat die de leerkracht geslagen heeft. En nu is die jongen geschorst. Er zijn blijkbaar wel vaker problemen met het kereltje, want die jongen heeft ook ooit gezegd dat de klas van X allemaal mongolen waren. Pars pro toto, monkel ik bij mezelf.
De avond kabbelt langzaam voorbij, als ik word aangeklampt door een licht ontzette vrijwilligster. Ze int al de hele avond de schaarse inkomgelden en had dus goed zicht op de aanwezigen. Nu heeft ze Y al een tijdje niet meer gesignaleerd.
Een kleine achtergrondschets van Y is hier op zijn plaats. Hij is een beetje een meubelstuk van het bal. Een vast waarde waar ik geen absoluut IQ op kan plakken, maar het elementair Nederlands waar hij zich van bedient, komt er half grommend, half mompelend uit. Ik versta het niet altijd, maar dat kan volledig aan mijn desintegrerende middenoren liggen.
Y giet ook graag een pint bier naar binnen. Of twee, drie, vier... how, stop, geen alchohol meer voor die jongen! Enfin, tegen dan heeft-ie meestal al joviaal tegen enkele vrouwenbillen gekletst.
Ik maak me niet meteen ongerust over Y's verdwijning. In het begin van de avond was hij al een half uur zoek. Terwijl ik zijn naam op de toiletten riep, kwam hij toen doodgemoedereerd het hokje uit waaien, zijn broeksriem aanspannend onder een geërgerd "Wat is't?"
Zodoende sta ik even later weer op de sanitaire voorzieningen zijn naam te scanderen. Deze keer geen antwoord. Y blijkt echt verdwenen. We besluiten het aanpalende café te checken, en ja hoor. Door het matglazen figuur op de deur ontwaren we het onmiskenbare silhouet van een tooghangende Y.
Helemaal ongelijk kan ik hem niet geven. Terwijl de fuif in 'volle gang' was, heeft hij meermaals geïnformeerd wanneer het ging beginnen. Ons teleurstellend 'jamaar, het is al bezig', moet hem moegetergd hebben.
Y's vastberadenheid indachtig, sla ik een amicale arm om hem heen en tracht ik hem rustig maar duidelijk te overreden ons te vervoegen. Mijn perfect gerichte overtuigingskracht ketst echter af op zijn kogelvrije logica. In het café is het veel gezelliger.
Dan richt ik mij naar de barkeeper, die ongetwijfeld vreemd opgekeken moet hebben bij Y's binnenkomst. Op mijn vraag, antwoordt de kerel wat Y achter de kiezen heeft: "Twee Westmalles". Mijn trieste blik houdt halt bij het onbestemde glas bier dat nu voor Y staat. Zijnde geen Westmalle.
Ik sta nu zelf voor de hartverscheurende keuze: iemand halen waarvan ik weet dat die Y kan overtuigen of me samen met Y laveloos zuipen. Vliegensvlug elimineert mijn verstand die laatste optie. Irritant verantwoordelijkheidsgevoel ook!

Labels: ,

Vegeteren

zondag, november 04, 2007

Leve het vegetarisme! Ziezo, het is hoge woord is eruit. Ik heb het niet over boomknabbelende giraffen of grasmalende koeien, maar de plantenetende medemens. Hoewel ik vermoed dat de gemiddelde vegetariër zou opperen dat deze taxonomie een oneerlijke simplificatie betreft. Ok, toegegeven, vijf procent van de wereldbevolking tot zulks denigrerend karikatuur reduceren, is niet netjes, maar eerlijk is eerlijk: veel anders dan planten wordt er in dergelijke milieu's niet gegeten (haha, "milieu").
Maar ik kwam dus te roepen: leve het vegetarisme! Begrijp me niet verkeerd, over mijn smaakpapillen glijdt nog altijd met de regelmaat van de klok voedsel dat ooit zelfstandig bewoog. Nu ben ik altijd al redelijk tolerant geweest tegenover niet-dwingende minderheidsopvattingen, maar die lankmoedigheid durft wel eens te tanen in deze onverdraagzame wereld. Ik bedoel, ook met Jehova's en Moslims heb ik gevoelsmatig redelijk weinig moeite, maar laten we het erop houden dat ik de dwingendheid van hun overtuiging iets zwaarwegender inschat. Dat klinkt natuurlijk een beetje als de gratuite racist die roept: "Ja maar, mijn beste vriend is een neger." Edoch, een vegetariër heeft wat minder dogma's, wat het redelijk karakter van zijn betoog ten goed kan komen.
Maar het opdringen van mijn eigen filosofische overtuiging was eigenlijk niet de aanleiding tot dit schrijven. Ik spoel de tekst even een weekje terug.
Met enkele vrienden landen we in een parochiezaal in wat zich nog net een pittoresk dorp mag noemen. Eettafels staan in rijen opgesteld, teneinde zo efficiënt mogelijk zoveel mogelijk volk te kunnen plaatsen. De tap draait onbetaalde overuren en in haastig zwart en wit gestoken improvisatie-obers lopen zenuwachtig zwetend tussen keuken en zaal. Het is, kortom, weer jaarlijkse Spaghettidag van een plaatselijke vereniging. Dergelijk evenement sponsoren met je aanwezigheid is niet alleen nuttig, maar meestal nog lekker ook.
Aldus gooien we onze kaarten letterlijk op tafel. Voor ons graag x aantal spaghetti's en y aantal vidé's (voor de Nederlanders: ook koninginnehapje, of nog: pasteitje). Dan komt een gelegenheidspinguin het droevige nieuws melden. Het spijt hem dat er geen spaghettisaus meer is, maar als we willen, kunnen we wel, en nu komt-ie, spaghetti met vegetarische saus krijgen. Het is dat er geen planteneter in de buurt was, anders had ik hem dankbaar rond de hals gevlogen. Er is namelijk maar één ding erger dan vegetarische spaghetti, en dat is geen spaghetti.
Niet veel later port men een groot bord mijn richting uit. Na een vluchtige blik op de bonenbrij, vragen we nog een paar extra potjes kaas. Misschien was het helemaal niet nodig, maar zeker weten zullen we dat nooit. Met kaas gaat mijn aanzienlijke portie er alleszins helemaal aan. Dus:
Bedankt vegetarisme!

Labels:

Lijdingsweekend

dinsdag, mei 01, 2007

Ik sla de geasfalteerde weg af en hobbel langs een voetbalveld tot aan een bescheiden complex, temidden van de grasweiden. Aan de doelpalen schieten een paar jongens elkaar welhaast het licht uit, zodat er plots ook een voetbal mijn richting uitrolt. Ik trap op de rem, glij het gras kapot met mijn autobanden en vlieg alsnog over de bal. Geen twijfel mogelijk, hier zijn mensen van KVG aan het werk, ons jaarlijkse mindervalidenkamp. En de leiding doet zijn best om de term mindervalide ook van toepassing te laten zijn op hun mentale zelf.
Hier vindt het leidingsweekend plaats, de jaarlijks teambuilding voor de leiding van het kamp. Als ik uitstap zie ik dat enkele meisjes zich plichtsbewust op het verven van een gigantisch afbeelding hebben gestort. Van alle mannen in mijn gezichtsveld, is er geen enkele nuttig bezig. Enig pril feminisme wordt hier blijkbaar hardhandig de kop ingedrukt. Om het gezicht van mijn soort te redden, sluit ik me snel aan bij de vrouwen. Volledigheidshalve, en om boze blikken te vermijden, vermeld ik ook maar even dat de andere mannen niet veel later ook aan het verven waren.
Het leidingsweekend dient 2 doelen: enerzijds decor maken voor het eerstvolgende kamp, en anderzijds de leiding dichter bij elkaar brengen middels spel en ontspanning. Er worden dus ook georganiseerde spelmomenten ingelast, zoals een partijtje touwtrekken op een groene zeil met water en dreft. Erg veilig is zoiets niet, maar wel bijzonder grappig. Wanneer het mijn beurt is, staan Sandy en onze Berner-Sennen zich langs de zijlijn te verkneukelen. Dreigend kijk ik over de lengte van het touw, recht in de ogen van mijn nietsontziende tegenstander. Op het moment dat er 'ja' wordt geroepen, trekt die het touw zijn richting uit, aansturend op een worstelpartij. Baloe ziet dat zijn baasje in gevaar is en snelt te hulp. Althans, dat denk ik voor enkele seconden. Als het beest bij mij aankomt, hapt hij naar mijn eigen elleboog. Enige illusie die ik nog koesterde over onze 'waakhond', vergooit hij hiermee definitief. In gedachten zie ik mijzelf overvallen worden door een schurk, geholpen door mijn bloedeigen kwispelende haarbal.
Terwijl ik nog steeds mijn opponent op de grond tracht te krijgen, maar nu met de hand, sleept Baloe het zware, doorweekte touw uit het speelveld. Hij heeft zijn prioriteiten duidelijk nog niet op een rij.
Niet veel later vliegt er op een redelijk ongeorganiseerde manier allerlei leiding over de gladde ondergrond. Dit soort spellen eindigt bij ons namelijk steevast in een uitputtende chaos van puberaal plezier. Na een lange aanloop glij ik rechtopstaand het hele zeil over. Of toch bijna, want aan de overkant krijgt iemand hetzelfde lumineuze idee met een onvermijdelijke crash tot gevolg. Terwijl ik mij in alle bochten wring om de klap zo ongeschonden mogelijk op te vangen, slaat mijn achterhoofd bruusk tegen de grond. Gelukkig zonder veel erg, maar het beetje gezonde verstand dat niet door elkaar geschud werd, beveelt mij even aan de kant te blijven.
's Anderendaags, bij het opruimen, vind ik enkele waterbazooka's. Ideaal om enkele rekeningen te vereffenen. Ik trek het apparaat vol met water uit het opblaasbare zwembad en geef een nietsvermoedende leiding de volle laag. Had ik de term 'puberaal plezier' al laten vallen?
Enkele spuitbeurten later vraagt mijn slachtoffer om nog wat water uit het zwembad te zuigen omdat het badje overloopt. Terwijl ik nietsvermoedend gehoor geef aan dit, bij nader inzien bijzonder idiote verzoek, voel ik twee handen in mijn rug. Hoe ik mij ook draai of keer, ik val met mijn volledige lijf in het water. 1-1.
Mijn schoenen staan nu thuis nog te drogen, maar tegen de tijd dat ik ze weer kan aandoen, zal ik een zoete wraak verzonnen hebben!

Labels:

Stoeterij

dinsdag, februari 27, 2007

De meeste kennissen weten het intussen wel: elke zomer investeren Sandy en ik, samen met nog een veertigtal andere leiding, 12 dagen in een andersvalidenkamp. Het uitgangspunt van dit kamp is dat toevallige bezoekers niet per se het verschil hoeven te zien tussen gestoorde begeleiders en mentaal andersbegaafden. Omdat zoiets nu eenmaal geld kost, veel geld, spekken we de kas door het jaar met allerhande activiteiten, zoals een quiz, een sponsortocht of de inkom van een stoet.
In dat licht wandel ik zondagmiddag met Sandy's vader in mijn kielzog, het parochiecentrum in Rotem binnen. Getooid met plastieken pothelm en groene Gestapo-jas zwaai ik de deur open en begroet ik een kleine twintig man. Deze mensen zullen vandaag trachten alle bezoekers van de stoet te bestickeren in ruil voor 2,50 EUR. Een deel van die inkomprijs het vakantiekamp ten goede.
Ik vrees vandaag echter voor de opkomst. Onderweg hebben de wolken al eens gedreigd en een regenoffensief ingezet. Voorlopig houden ze zich redelijk gedeisd, maar de vraag is voor hoe lang.
Teneinde een maximale omzet te garanderen, beman ik een wandelpost samen met mijn schoonvader. Ik dien samen met hem langs de stoet te lopen en onbestickerde mensen de 2,50 EUR aan te smeren. Met mijn partner mag dat geen probleem zijn. Op de één of andere manier slaagt hij erin veel twijfelgevallen met een ontwapenende overtuigingskracht tot betalen te doen overgaan. Een prestatie als je weet dat de inkom niet verplicht is.
Terwijl we aan het begin van de stoet wachten, vervolgt een man zijn verhaal dat hij volgens mij elder alvast had ingezet: "en de politie heeft gezegd dat ge mij niet kunt dwingen te betalen". Iemand van onze groep heeft hem eerder waarschijnlijk vriendelijk gevraagd in de beurs te tasten voor het goede doel. "Vraag maar aan de politie, ge kunt mij niet dwingen". De grauwe huid en donkere wallen onder de ogen van deze vijftiger doen bij mij een belletje rinkelen, maar ik weet de klepel nog niet hangen.
Geagiteerd vervolgt de man zijn betoog. Niemand betwist wat hij zegt, maar aan het aantal keer dat hij in herhaling valt, leid ik af dat hij wel heel graag zou tegengesproken worden. Een beetje vermoeid dient mijn schoonvader hem van repliek: "Mijnheer, ten eerste: wij hebben gevraagd of u wou betalen en ten tweede: niemand verplicht u om de stoet te komen kijken".
Plots herken ik de man. Hij stond hier vorig jaar exact hetzelfde te doen. Ik herinner mij ook nog iets over kanker. Hij of zijn vrouw. Ze zagen er in ieder geval allebei niet erg gezond uit, maar dat kan ook gewoon van de hypochondrie zijn. Hoewel we de man de toegang niet weigeren, besluit hij dat hij weer genoeg aandacht voor vandaag gehad heeft, en druipt hij af.
Dan vertrekt de stoet. Het is droog en het zal dat ook overwegend blijven. Ik scherp mijn blik in de gure wind. In combinatie met mijn legeruniform hoop ik zo voldoende ontzag in te boezemen dat onbestickerden automatisch tot betaling overgaan. Terwijl we langs de eerste wagens op wandelen, scan ik de menigte. Mijn geoefend oog slaat als vanzelf alarm bij elke ontbrekende sticker. Dat is het resultaat van een jarenlange stoetenexpertise.
Ook dit jaar blijken veel mensen graag of met enige graad van tegenzin de stoet te steunen. Maar evengoed passeren weer alle excuses de revue:
- Ik wil wel betalen, maar dan moet ge daarachter bij het OCMW zijn
- Mijn stickertje is weggewaaid ("Maar kom, ik zal er nog één kopen. Hoeveel kost dat?")
- Is dat verplicht? Nee, ok.
Ook de zelfkant van de maatschappij ontbreekt hier niet. Hele gezinnen zijn voorzien van plastic zakken om zoveel mogelijk snoepgoed te verzamelen. Met een aandoenlijke gedrevenheid storten ze zich op alles wat van de wagens gegooid wordt, alsof hierna de oorlog uitbreekt en ze vijf jaar in de schuilkelders moeten zitten, enkel met het nu verzamelde snoep. De armoedegrens tekent zich af in de baardharen van de moeder. Het astronomische bedrag van 2,5 EUR is iets wat deze mensen niet kunnen missen.
Twee uur later weegt mijn roze heuptasje een kilo kleingeld meer. De lage opkomst heeft niet kunnen verhinderen dat we bijna 200 inkomstickers verpatst hebben. Ik kan een trotse glimlach niet onderdrukken als ik in het zaaltje de verkoopscijfers aankondig. De meeste anderen rapporteren tegenvallende balansen. Een enkele post wijt het eigen omzetverlies aan de overijverige verkoop van mijn schoonvader en mij. Zelf houd ik het liever op pure kunde, maar ik vind niemand om die mening te delen. Wat er ook van zij, zowel temporaal als financieel zijn we weer een stapje dichter bij een geslaagd kamp.

Labels:

Terugkombal

dinsdag, november 21, 2006

Een collega dacht dat het een nieuwe sport was, terugkombal. Een bal die je wegslaat en die terugkaatst, of zoiets. Een accuratere omschrijving is echter "Dansavond met als doel wederzien".
Maar ook dit behoeft misschien enkele woorden van duiding. Elke zomer gaan Sandy en ik op Kinderkamp met valide en mindervalide kinderen. Bij wijze van jaarlijkse reünie, wordt in het najaar een bal georganiseerd waar begeleiding en kinderen op uitgenodigd zijn. Zo ook afgelopen weekend.
Plastieken vlaggetjes en geïmproviseerde ballonnenslingers kleden de naakte bakstenen muren. In de veel te grote zaal staat helemaal vooraan de discobar te schitteren. Een halfwerkende dual-deck CD-speler krijgt ondersteuning van een computer met halfwerkende beeldkaart. Samen luisteren ze de avond op, geïntegreerd in het kader van de andersvaliditeit.
Als de schijnwerpers aangaan en de eerste beats klinken, stort een gast zich op de dansvloer. Het bekende roze duracell-konijn verwordt tot een fletse haasachtige naast deze door spots gekleurde fanatiekeling. Voor de rest van de avond zal de jongen zijn stoel enkel nog opzoeken voor een occasioneel drankje. Met 2 begeleiding wakkeren we af en toe zijn vuur aan door mee te dansen.
Ik sta aan de toog te oberen wanneer er een verstandelijk andersvalide jongen op mij toestapt. Tot enkele jaren terug nam hij deel aan Kinderkamp, maar vanaf zijn achttiende moest hij verplicht overstappen op een ander kamp. Hij komt wat bijkletsen, onder andere over zijn bijzondere interesses: horloges en spelconsoles. Toch vraagt hij me deze keer niet om mijn Casio te laten zien. Wel informeert hij of ik het Playstationspel "Tomp Rajder" ken. Ik geef te kennen dat ik Tomb Raider 1 wel eens gespeeld heb. Niet echt een statement om indruk mee te maken, want Lara Croft (het hoofdpersonage) zal binnenkort in Tomb Raider 8 haar opwachting maken. Hey, ik word ook oud!
Een meisje in een rolstoel vervoegt ons. De jongen kijkt me beteuterd aan en fluistert in mijn oor: "waarom zit die in een rolstoel?" Gek dat hij dat vraagt, want doorheen de kampen zal het concept hem niet gespaard zijn gebleven. Ik gebied hem dat maar zelf te vragen. "omdat ik niet kan lopen", is het eerlijke antwoord. Daar is geen speld tussen te krijgen.
Ik moet denken aan hoe zielig veel mensen een mongooltje of een rolstoeler vinden. Medelijden met het feit dat die mensen niet ten volle zouden kunnen leven. Telkens als ik weer zo een verzuchting hoor, moet ik even op mijn tanden bijten. Ze zijn niet zielig. Als 1 mens zou kunnen vliegen, zijn alle andere mensen toch ook niet zielig?
Om dezelfde redenen vroegen Sandy en ik bij de gynaecoloog geen bijkomende tests om mongolisme uit te sluiten. We zien het nauwelijks nog als een handicap en alleszins niet als een ernstige. Soms lijkt het alsof je een kamp met andersvaliden moet meegemaakt hebben, om het te beseffen.

Labels:

Valid XHTML 1.0 Strict Correct CSS! Add to Technorati Favorites