Gebuisd

dinsdag, december 11, 2007

Onze vijftien minuten roem zijn bijna om. Nog één aflevering van Babyboom, en dan zijn we terug een statistisch element der Vlaamsche demografie. Sta me toe tot dan de zonnebril op te zetten en de horden fans handtekeningen te weigeren.
De commentaren tot nu toe variëren nogal. Niemand in de familie heeft mij openlijk durven uitlachen. Dat kan natuurlijk maar twee dingen betekenen. Welke twee, dat laat ik aan de lezer over.
In de vriendenkring leefde de schroom niet zo. Vooral de eerste beelden openbaarden een Igor en Sandy die een ongeziene houterigheid aan de dag legden. Wat verwacht je ook. Als je tijdens je eerste opnames voor de vierde keer de opwelling moet veinzen om met de hond te wandelen, is het spontane er wel een beetje af. Een beetje zoals je in je hoofd tien verschillende originele openingszinnen repeteert, om met een afknappend "kom je hier vaker?" dat mooie meisje ten dans te vragen.
Ok, een Robert de Niro draait er zijn hand niet voor om, maar net vanwege dat soort verdiensten zit hij niet in de serie. Nu, mijn eigen vrienden slagen erin de bewuste conversatie dermate droog te acteren, dat de Pampers Baby-dry erbij in het niet valt. Hilariteit verzekerd. Bedankt "vrienden"!
En dan zijn er nog de mensen die van hun mening hun broodwinning hebben gemaakt. Het nadeel daarvan is dat je er altijd één moet hebben. Een mening bedoel ik. Zo meent Christophe Vekeman in De Morgen een grappige parallel gevonden te hebben tussen onze omgang met de hond en Sterre. Ik kan er alleen maar om monkelen, niet alleen uit psychologische zelfbescherming, maar omdat ik - toegegeven, op zwaar amateuristisch niveau - weet hoe moeilijk het is wekelijks stelling te nemen. Het is trouwens altíjd dankbaar een satirisch stukje over bevallingsprogramma's te schrijven, net omdat vruchtwater, schaamlippen en tepelkloven zo'n lekkere krachttermen zijn.
Wat me echter dan weer meevalt is dat ons zware Limburgse accent en de schabouwelijke articulatie van zijn scherpe pen gespaard blijven, nochtans vaak genoeg een reden tot gratuit leedvermaak. Vermoedelijk is met de actuele overdaad aan docusoaps de lol daar ook wel een beetje vanaf. Je vindt elke dag wel ergens een Limburger, West-Vlaming of, godbetert, een Antwerpenaar op de buis die het Nederlands op gruwelijke wijze kastijdt. En ik lach ze zelf ook vaak genoeg uit.
"Waarom doe je nu eigenlijk zoiets?" is een veelgestelde vraag. Vooral door mensen die er meteen aan toevoegen dat ze zelf nooit aan zoiets zouden deelnemen. Men doelt dan op het publiek opkloppen van de zielenroerselen. Noem het ijdelheid of zo. Dat, en een heleboel waardebonnen van Molecule. In ieder geval genoeg om een rit van twee uur heen en twee uur terug te verantwoorden. Onze woonplaats en dat vermaledijde koopcentrum zijn namelijk voor België wat de Noordpool en de Zuidpool voor Steve Fosset zijn. Of beter: waren.
Zij het dan dat we in dat winkelcentrum blijkbaar vaker herkend worden dan op het thuisfront. Tijdens ons uitstapje van enkele uren, worden we bijvoorbeeld een vijftal keren aangeklampt door mensen die "ons gisteren op televies gezien hebben". Die ervaring maakt me stukken wijzer over het doelpubliek van het programma. Profiel:
- geslacht: vrouw
- gemiddelde leeftijd: 60
Maar ach, bekendheid is erg relatief. Want 200 km verder in mijn eigen dorp heeft nog niemand gerefereerd aan de publieke performance. Een sponsorship van de plaatselijke supermarkt middels kraagreclame zal er daarom wel niet inzitten, vrees ik. Maar vertel me eens, wat heeft Jean-Marie Pfaff, behalve foute blonde lokken, dat ik niet heb?

Labels: ,

Eten wat de borst schaft

maandag, december 03, 2007


Hallo allemaal,

Sterre hier. Dat duurt altijd zo lang voordat mijn papa weer iets blogt, dus ik zal het heft maar in eigen handen nemen. En omdat ik nog niet kan spreken, zal ik het maar gewoon typen.
Laat ik beginnen met de vaststelling dat het niet altijd gemakkelijk is om een baby te zijn. Als ik een euro kreeg voor elke keer dat er iemand onnozel boven mij komt hangen en onmogelijke gezichten trekt, dan was ik miljonair. Nu, mijn ouders hebben mij beleefd opgevoed, dus ik lach meestal wel vriendelijk terug. Alleen raken de mensen dan meestal nog meer in extase. Een beetje zoals een kwispelende hond die je aanhaalt en die vervolgens uit blijdschap de hele vloer onderplast.
Zo ver is het gelukkig nog niet gekomen, maar je kan nooit voorzichtig genoeg zijn. Daarom begin ik af en toe ook maar gewoon te huilen. Meestal is het dan snel gedaan met die idiote grimassen.
Papa klaagt ook altijd dat ik een gelukzak ben. Vier keer per dag mag ik aan mama haar borsten komen, terwijl papa's gemiddelde veel lager ligt. Hoeveel precies, wil hij niet zeggen, maar laten we wel wezen: ik ben er ook niet gekomen doordat mama en papa hebben zitten kaartspelen.

Of het trouwens onder druk van papa is, weet ik niet, maar dit weekend hebben ze mij wat anders proberen voor te schotelen dan de gebruikelijke moedermelk. In plaats daarvan propten ze een of ander oranje goedje in mijn mond. Gatverdamme, wat een smerige smurrie was me dat zeg! Ik heb het snel terug uitgespuwd.
Denk je echter dat ze opgaven? Mijn vreselijke grimassen ten spijt, bleven ze maar aandringen. Van ellende heb ik dan maar een half lepeltje van dat spul ingeslikt. Wat een rotzooi! Pure kindermishandeling was het. Mocht ik kunnen praten, ik zou meteen naar de jongerentelefoon bellen. Baby's hebben ook rechten! Trouwens, voor ik het vergeet: er was al "Sterren op de Dansvloer" en "Sterren op het ijs". Binnenkort is het tijd voor "Sterre in Babyboom". Vanaf donderdag 6 december start Babyboom weer op VTM (sorry, Nederlanders). Men heeft me wijsgemaakt dat ik in de eerste 2 afleveringen zit, maar het kan ook later zijn.
Wie handtekeningen wilt, zal echter even moeten wachten tot ik kan schrijven.

Groetjes,

Sterre

Labels:

Niets aan de hand

woensdag, november 28, 2007

Herinnert u zich de lolo-bal nog? Ik wel. Stel u een rubberen dwergplaneet met planetoïdenring voor, waarbij u één halfrond tussen de voeten klemt (ja, zo'n kleine dwergplaneet), terwijl uw zolen op de ring rusten. Sla dat beeld even op, en animeer het met een debiel rondspringende gebruiker.
De lolobal was pakweg 20 jaar geleden de meeste efficiënte manier om de nek te breken. Heel eventjes maar, want behalve een redelijk nutteloos gadget, was het ook nog eens een rage. En we weten allemaal hoe het rages vergaat. Hoelahoep, peng-peng, jojo, skatebike, silly putty, tamagotchi, punniken, ... De kans is groot dat u voor één van deze prullen ooit uw ouders de oren van het hoofd hebt gezeurd. Totdat u de trotse bezitter werd, uw vriendenkring kortstondig in omvang verdubbelde (2 in plaats van 1), en u het kostbare kleinood al snel ergens in een hoek liet verkommeren.
In dat opzicht is het een beetje vergelijkbaar met een orgasme, met de aankoop van het gadget als de metaforische climax. Niet dat de vrouw na dat hoogtepunt in de weg ligt ofzo, maar u snapt het idee. Het is ironisch genoeg veelal leuker iets te verlangen, dan het te hebben.
De gemiddelde mens is, terwijl hij langzaam richting volwassendom dobbert, steeds minder vatbaar voor rages - de enkele uitzonderling daargelaten natuurlijk. Totdat op een gegeven moment in de directe omgeving kleine kinderen als paddestoelen uit de grond schieten. Dergelijke evolutie dompelt de volwassene dan wederom onder in de wereld waar hij al veel vroeger langzaam is uitgeklauterd. Een soort van wereld waarin Piet Piraat ("Schip ahoi-hoi-hoi") en Megamindy ("is het een vogel, is het een vliegtuig?") de scepter zwaaien.
Toegegeven, eer dat mijn dochter de liedjes van K3 meezingt, zal er nog flink wat water naar de zee vloeien, maar een mens moet enigszins voorbereid zijn. Aldus ken ik nu reeds quasi alle Bumba-personages bij naam. Even ter duiding voor de kroostloze of simpelweg onwetende lezer: Bumba is een clown in een vrolijke gele jurk, met dikke zwarte randen rond zijn ogen. Ofwel zit de grapjurk offscreen flink aan de spuit, ofwel was de requisietenbouwer van dienst te lui om de beweegbare oogballen netjes af te werken. Gelukkig zien de meeste kinderen dat verschil niet.
Zo'n pak lijkt me trouwens ook de ideale oplossing voor een ander wassend maatschappelijk probleem: de verveelde winkelbediende. U bent vast ook wel eens in een toko geholpen door personages met de levensvreugde van een kerstkalkoen. Duw die mensen in een Bumbakostuum, en die ongesteldheid zal voor de klandizie met een vrolijk smoelwerk gemaskeerd worden.
Rages dus. In babyland duikt er weer een nieuwe op. Je kan tegenwoordig met een doe-het-zelf-pakket het handje of voetje van je telf vereeuwigen in gips. Voor zover gips al eeuwig meegaat. Dergelijke kit staat hier al enige tijd op zijn toepassing te wachten.
Omdat Sterre groeit als kool, breken we op een dag toch de doos aan. "100% failure proof" staat erop. Hoe werkt het? Je boetseert met een soortement van klei een mal, en daarin druk je een stuk van je baby. Vervolgens haal je het stuk baby terug eruit, en vul je de achtergebleven leegte met gips. Een kind kan de was doen.
Ergo klei ik een platformpje waarin we Sterre haar handje duwen. Het malle materiaal is echter redelijk stijf. Wanneer ik het handje loslaat, blijft er een zielige indruk achter, nauwelijks enkele millimeters diep.
Ik duw het spul terug samen, modelleer het opnieuw en druk Sterres hand er nogmaals in. Nu wat steviger. De klei is niet onder de indruk.
Na een paar keren proberen, heb ik het handje bijna tot moes geplet en is Sterre bijna aan het wenen. Ik besluit genoegen te nemen met het resultaat. Fase 1: check.
Dan volgt fase 2, waar je het gips erin giet. Aanvankelijk heb ik het gips zo dik gemaakt, dat het een beetje vormeloos in de ... euh... vorm blijft liggen. Ik giet alles terug eruit, verdun de boel met water en onderneem nog een poging. Omdat mijn sjabloon niet volledig waterpas is, loopt de helft nu aan één kant eruit. Snel boetseer ik de rand omhoog.
Dan tik ik zachtjes tegen het geheel om de luchtbellen te bevrijden. Van de weeromstuit valt het randje eraf, en loopt wederom de helft van mijn gips weg.
Enfin, na het nodige gepruts wacht ik een 30 min totdat de hand droog is. Als ik na dat half uurtje voorzichtig het verharde gips uit de vorm verwijder, breken achter elkaar, één, twee, drie vingers af.
Dankzij de 100% onfeilbare Babyart, blijf ik achter met een gehandicapte ledemaat. Misschien leuk om daaarmee de mop over de mannen met van de houtzagerij te vertellen (5 pinten voor ons!), maar inlijsten gaat me net iets te ver.
Een beetje verbouwereerd surf ik naar de site om te achterhalen wat er nu verkeerd gegaan kan zijn. De instructievideo laat niets aan duidelijkheid over. Onze modus operandi was volledig correct.
Ik heb spijt dat ik ons eigen proces niet gefilmd heb. Dan had ik de fabrikant een alternatieve video kunnen aanbieden. In de bijsluiter zou dan staan: "Opgelet, er is ooit een Belg geweest die - zo moeilijk is het echt niet hoor - er toch in bestond de boel finaal te verprutsen". De doos zou dan van rechtswege gelabeld moeten worden met "99% failure proof".
Ik ben een mislukkeling.

Labels:

Verjaardagsfaeces

dinsdag, november 20, 2007

Het komt voor in de beste families: verjaardagsfeestjes. An sich is er met zo'n partij op zijn tijd niets mis, maar het proces dat eraan voorafgaat is immer pijnlijk. Meer specifiek: de procedure die start vanaf het moment dat de uitnodiging op de mat valt. Je kan namelijk niet met lege handen op dergelijke invitatie ingaan, en dus maak je jezelf wijs dat er een leuk, origineel en bovendien budgetvriendelijk cadeau aan te pas komt.
Leuk, zodat men het vrijwillig gebruikt, en niet bijvoorbeeld enkel uit de kast haalt wanneer jij op bezoek komt. Origineel, omdat nu eenmaal iederéén wel een mok met zijn naam heeft. En budgetvriendelijk omdat het weer tegen het einde van de maand aanloopt. Onnodig te vermelden dat deze drievuldigheid schier onverenigbaar is.
Ergo staan Sandy en ik afgelopen zondag ergens voor een deur met aan de ene kant Sterre en aan de andere kant een doos in oranje inpakpapier van de Fun. Dat past, want we zijn in Nederland. Dat oranje bedoel ik. Een Nederlander zou nog zijn politieke voorkeur omgooien, al was het maar om oranje te kunnen stemmen. Maar we zitten in Limburg, dus de kleur van ons inpakpapier is iets minder relevant, aangezien ook in Nederland Limburg geen volwaardig landsonderdeel is. Misschien dat beide Limburgen zich daar ooit nog in vinden. Inpakpapier als politiek statement. Edoch ik divageer flink benevens de kwestie.
De deur zwaait open en er krioelen een paar kinderen heen en weer. Drie om precies te zijn, waarvan één jarig. Ik reik het cadeau aan dat we toch nog met opvallend gemak in de speelgoedwinkel hebben kunnen kiezen. Bedreven scheurt het meisje, dat vier wordt, in de daaropvolgende seconde(n) het inpakpapier weg. Dat heeft ze vast al vaker gedaan vandaag. Dan bekijkt ze eerst een beetje verongelijkt iets wat door moet gaan voor een frietketel, in fel rood en geel. Het lijkt mij overbodig te stipuleren dat de plastieken friteuse niet met echte frituurolie werkt, laat staan dat je er aardappelfrieten in kan bakken.
Desalniettemin lijkt het apparaat een schot in de roos. Je kan een timer instellen die piept als de virtuele frieten klaar zijn. Tijdens het bakken hoor je dan het imaginaire vet bruisen. Ik heb het ook niet verzonnen. Ergens ben ik wel blij dat we voor een speelgoedexemplaar gegaan zijn, want al snel wordt er geëxperimenteerd met Matchboxauto's en andere oneigenlijke attributen.
Ondertussen slaat Sterre van bij Sandy op de arm alles goedkeurend gade. Niets dat doet vermoeden dat haar gemoedelijke stemming plotsklaps zal omslaan in een onbedaarlijke huilbui. Met name wanneer één van mijn tantes haar probeert over te nemen. Het duurt even voordat het gejammer terug verstomt en elke blik van mijn tante wordt steevast beantwoord met opnieuw die afkeurende pruillip. Ongeveer hetzelfde scenario herhaalt zich met mijn drie andere tantes. Sterre zet het telkens op een wenen alsof ze een driekoppig monster met schubbige tentakels voor zich heeft. Een beeld dat, laat ik maar even duidelijk zijn want ze lezen mee, niet volledig strookt met de werkelijkheid.
Als ik mijn dochter even overneem, nestelt zich een indringende poepgeur in mijn neusslijmvliezen. Ik zoek snel een verschoningskussen op, en start het luier-uit-zalf-op-luier-aan-protocol. Tijdens de eerst fase moet ik echter al verstek laten gaan. Bij wijze van duiding: vanmorgen vertelde ik nog overmoedig tegen Sandy dat mijn vlees en bloed allang niet meer zo hard gescheten had dat ik haar volledig moest verschonen. Ik had natuurlijk moeten weten dat die uitspraak als een boemerang terug in mijn gezicht zou ontploffen.
Om kort te gaan: ik sta dus te sukkelen met twee babybeentjes in één hand, een kwantumhoeveelheid natte doekjes in de andere en een bruin gevlekt verschoningskussen onder dat alles. Oh ja, daartussenin nog een huilende baby. Hulp zou welkom zijn, maar vanuit deze ruimte kan ik Sandy niet roepen.
Onderwijl ik zo op redelijk hulpeloze wijze sta te prutsen, komt de jarige vragen waarom Sterre zo veel huilt. Ok, ik zou nooit over mijn lippen krijgen: "Omdat het een kutkind is!", en al zou dat wel zo zijn, dan nog alleen maar ongemeend en in een opwelling van opgekropte frustratie. Dus leg ik omstandig uit hoe alles nog nieuw is voor de baby en dat ze nog een beetje bang is van het onbekende.
Het blijft echter toch een beetje oneerlijk hoor. Voor mij is dit ook allemaal nieuw en onbekend. Maar zie je bij mij ooit de poep onder mijn hemd vandaan komen?

Labels:

Massale massage

donderdag, september 27, 2007

Enkele jaren geleden zou ik het afgedaan hebben als new-age geneuzel voor geitenwollensokkensujetten met een postnatale depressie. Maar nu moet ik er toch aan geloven: babymassage. Eerder hield ik het liever bij de volwassen, bij voorkeur erotische versie, doch de frequentie daarvan daalde recent spectaculair.
Met Sandy in mijn kielzog schrijd ik door de gangen van wat ooit een ziekenhuis was. Sterre wiegt heen en weer in de Maxicosi die aan mijn rechterarm bengelt. Het hele gebouw ademt vergane bedrijvigheid uit die haaks staat op de gelijkmoedige herbestemming. De instellingen die er nu huizen behandelen alleen nog maar administratieve aberraties. De ijle gangen doen een beetje spookachtig aan met achter elke hoek mogelijk een ambtenarenzombie in kleurloos grijs kostuum.
Voor de lift laat ik de Maxicosi van mijn tintelende arm glijden. Het helpt niet dat Sterre's gewichtscurve een mooie boog boven de gemiddelde statistieken maakt. Ik mijmer over de luxe van een zelfstandig wandelend kind, maar besef dat ik daar nog maanden van verwijderd ben. Tot die tijd zwelgt mijn dochter om de paar uur een hele borstinhoud, en dat tikt aan.
Op de bovenverdieping verstoren we, naar traditie enkele minuten te laat, de les. Sandy en ik gapen in een kale ruimte met wat tafels en een tiental vreemdsoortig gestoffeerde bijzettafeltjes met daarop ouders en baby's. Deze aanblik overtuigt me ervan dat we in de goede ruimte zijn aangekomen.
De instructrice inviteert mij op een meubel plaats te nemen met de benen aan weerszijden mijn zwelgtelg er liggend tussenin. Naakt. Zelf mag ik gelukkig mijn kleren aanhouden. De vriendelijk vrouw reciteert wat achtergrondhistoriek over babymassage en start dan de praktijkles.
Sandy heeft ondertussen de fles massageolie langs mijn been klaargezet. Het is duidelijk dat de docente mij niet kent wanneer ze ons verzekert dat we nooit teveel olie kunnen gebruiken. Het greintje gezond verstand dat zich nog ergens onder mijn hersenpan schuilhield, doseert evenwel een kwantiteit die in mijn handen past. Met mijn ingevette hand grijp ik Sterre's armpjes en laat ze langzaam terug wegglippen. Deze en een rist andere merkwaardige turnoefeningen lijken de aanwezige baby's naar de ultieme zen-toestand te dirigeren. Totale ontspanning is troef en bij de voetzoolmassage moet dan ook de blaassluitspier eraan geloven. Het is een eigenaardig zicht wanneer de aanwezige zuigelingen, als op een afgesproken teken, één voor één hun blaasinhoud legen. Dergelijk relaxerend effect hebben mijn massages bij Sandy gelukkig nog nooit gehad, maar misschien zegt dat meer over mijn technieken dan over Sandy haar sluitspieren.
Bij wijze van afsluiting nodigt de instructrice ons uit om ons kind in bad te stoppen, meer bepaald in een "Tummytub". Dat is een grote doorzichtige emmer die een baarmoedergevoel moet creëeren. Nee, ik heb dat ook niet verzonnen. Sandy en ik lachen elkaar begrijpend toe. We hebben ooit zo'n ding gewonnen, maar nooit de behoefte gevoeld er actief gebruik van te maken. De rare aanblik, dat stuk vlees in foetushouding in die doorzichtige plastieken bokaal heeft ons er altijd van weerhouden. Als zet je een orgaan op sterk water. De docente kijkt licht verongelijkt als we aanhalen dat we een bezitter, maar geen gebruiker zijn. "Dat moet je absoluut eens proberen!" Haar enthousiasme behoedt ons te vermelden dat we het ding eigenlijk wel al eens gebruikt hebben voor Sterre, maar dan als afwasbak op de babyborrel.
De vrouw graait onze dochter van de bijzettafel en dompelt haar in de inmaakbokaal. Zoals meestal bij het baden, is de kleine Kalders niet akkoord en zet ze het op een ontroostbaar wenen. Als enige van de groep uiteraard. Ach ja, je moet ergens in excelleren, ook al is het in hysterisch grienen.
Ik troost metzelf dan maar met het feit dat ik vandaag veel heb bijgeleerd. Van onbeschermde sex krijg je op termijn armspieren, de voetzool staat in rechtstreekse verbinding met de blaas en een gegeven paard heeft vaak nog alternatieve nuttige toepassingen. Niet slecht voor een gratis initiatie.

Labels:

Slapen

woensdag, augustus 22, 2007

Met haar 2 donkere kijkers staart Sterre me wat wiebelig aan. Wiebelig, maar veelbelovend, wat zoveel wil zeggen als: "Ik ben tevreden en de kans dat ik zomaar ga huilen is 1 op 10". Ik wieg haar ondertussen nog wat heen en weer op mijn arm en geniet van de aanstekelijke glimlach. Gelukkig beseft het kind nog niet welk een medogenloos wapen ze daarmee in huis heeft. Over enkele maanden heeft ze hier maar 1 salvo van nodig om pakweg een handvol snoepjes af te dwingen.
Ik laat haar buikje rusten tegen mijn schouder en schrijd zo geruisloos mogelijk de trap op, richting slaapkamer. Alle noodzakelijke randvoorwaarden zijn vervuld: de laatste voeding is achter de rug, de luier is net ververst, de fopspeen bevindt zich op het nachttafeltje en het dekentje ligt open op het matras. Het enige dat ontbreekt, is een baby. Aan de rand van het bed leun ik langzaam voorover terwijl ik Sterre zachtjes naar beneden laat zakken, nog steeds ondersteund door mijn beide handen.
De opklaring op Sterre's gezicht houdt aan. Goed zo.
Nu komt het cruciale moment. De kleine meid ligt nu op mijn handen die tussen haar en het matras gedrukt worden. Omzichtig bevrijd ik mijn vingers uit de klem, trek het dekentje goed en plaats nog een kusje op het voorhoofd. Dan sluip ik geruisloos de kamer uit.
Op het moment dat ik met een diepe zucht de geslaagde missie wil vieren, klinkt een kreun. Niet de kreun die je als vader herkent als een vrijblijvende en opgewekte kreet. Neen, het is de aankondiging van een volhardende klaagzang waar geen gezond mens bij in slaap valt (Let wel: ik heb mijzelf nooit gezond verklaard).
Niet veel seconden later start het concert dat de nachtvluchten in Zaventem tot zachte achtergrondruis reduceert. Met wijdopen mond en gebalde vuisten geeft de prinses des huizes aan dat er iets niet orde is. Haar vocabulaire is echter niet van die orde dat ze kan aangeven wat precies.
Naarstig zoeken we de oplossing voor een onbekend probleem, is het niet voor Sterre, dan toch ten behoeve onze eigen nachtrust.
Om een lang verhaal kort te houden: ruim een week verzorgt Sterre aldus de avondanimatie. Het enige wat we nog niet geprobeerd hebben is haar ondersteboven aan het plafond te hangen, maar ook alleen uit angst voor de kinderbescherming.
Na deze tweeëneenhalve maand papa-zijn, ligt er schijnbaar nog genoeg terrein braak om te verkennen. Statistisch gezien heeft Sterre zelfs nog zo'n kleine 50 jaar met ons te gaan. Wacht maar, want tegen dan zal ik eens beginnen met luiers volpoepen en wenen zonder reden. Dat zal haar leren.

Labels:

Ontroerend goed

zondag, juli 08, 2007

Proefondervindelijk heb ik kunnen vaststellen dat het ouderschap in fases verloopt. De Flair zal er vast ooit al een pseudo-wetenschappelijk artikel aan gewijd hebben, maar uit eigenwijsheid ervaar ik de dingen liever zelf.
Recent stelde ik aldus vast dat de "weet-ik-veel"-fase voorbij is. Dit stadum zet zich meteen na de bevalling in en betreft in feite een duo-era waarbij beide partners elkaar bestoken met vragen die steevast tot dezelfde repliek leiden. "Eén antwoord op al uw vragen" klinkt in wezen best aanlokkelijk, behalve dus als het "Weet ik veel" is. Enkele illustraties:

- Waarom huilt ze?
- Weet ik veel

- Zou ze krampjes hebben?
- Weet ik veel

- Vuile luier?
- Weet ik veel

- Hoeveel zalf moet ik smeren?
- Weet ik veel

Langzaam openbaren zich de antwoorden op de al deze kwesties, totdat beide ouders de meeste praktische aangelegenheden de baas te kunnen. Het succesvol doorstaan van deze periode brengt een zeker voldoening met zich mee. Een ontroostbare baby stilkrijgen is namelijk een beetje als de laatste level van een videogame halen. Het vergt enige oefening en je moet er veel tijd in investeren, maar uiteindelijk regeert de satisfactie. Noemen we het bewuste spel Sterre 1.0, dan merk je dat je de levels ook steeds sneller uitspeelt.
Enter fase 2. Er zijn zoveel mensen die Sterre 1.0 ook kennen, maar het nooit gespeeld hebben. Of in een andere, oudere versie, toen het nog Jan of Piet 0.9 heette. Ze gaan er meestal vanuit dat de kennis overdraagbaar is. Laten we het er echter op houden dat Piet 0.9 en Sterre 1.0 niet per definitie compatibel hoeven te zijn. Wederom enkele illustraties:

- *baby huilt*
- [speler Piet 0.9] Volgens mij heeft ze honger
- Ze heeft net eten gehad

- *baby huilt*
- [speler Jan 0.9] Volgens mij heeft ze krampen
- Ik kan het niet bewijzen, maar ik ben er redelijk zeker van dat het dat niet is

Goede raad is duur, dus de kwaliteit van gratis raad zal wel navenant zijn. Natuurlijk krijg je die met de beste bedoelingen, maar af en toe borrelt toch de behoefte op om een keer te schreeuwen: "NEE, de baby heeft godverdomme geen honger! Het kind zuigt 6 keer per dag 2 tieten leeg! Dat zijn 12 tieten PER DAG!! En als het WEL weer OPNIEUW honger heeft, dan heeft het nu effe BRUTE PECH!!!"
Goddank is het tot deze uitbarsting nog niet gekomen en zoiets ligt ook niet in mijn aard. Al wie echter al een concert van een perpetuum vocale heeft moeten doorstaan, herkent de wanhoop. Het is geen tirade tegen de goedbedoelende raadgever, maar tegen de eigen onmacht.
Vanzelfsprekend is het niet al frustratie wat de klok slaat. Ook, eerder onbekende, positieve emoties steken voor het eerst de kop op. Het achterlaten van je kind bij een babysit, al zijn het je eigen ouders, kan gemakkelijk voor een avondje vertwijfeling zorgen. Vreemd om een gemis vast te stellen van iets dat er nog maar zo kort is. Het lijkt welhaast of ik in staat ben tot affectie, iets waar Sandy regelmatig aan twijfelt.
Doorgaans ben ik trouwens iemand die een hekel heeft aan sentimentaliteit. Van die Amerikaanse zoetgevooisde meligheid waarin de zaterdagavond-waargebeurd-films gedrenkt zijn, ik ga er spontaan van kokhalsen. Omdat ik dat ongenoegen ook vaak genoeg kenbaar maak tijdens dergelijke vertoningen, kijken Sandy en ik ze meestal niet samen. Bryan Adams, Celine Dion (gelukkig houdt Sandy hier ook niet van), ... : zelfde probleem.
Of dat liedje, "Nu jij er bent", dat mijn zus laatst doorstuurde. Ik heb er normaal een broertje aan dood. Maar tot mijn eigen verbazing vond ik het dit keer best aandoenlijk. Om maar niet te hoeven toegeven dat ik eigenlijk een beetje een krop in de keel had. 1 baby, en mijn sokgehalte is in 1 klap vertienvoudigd. God behoede mij ervoor, maar als dat zo doorgaat, ben ik binnenkort misschien wel een trouwe Flair-lezer.

Labels:

Overgeleverd

vrijdag, juni 29, 2007

Na een sabbatmaand begeef ik mij er weer aan. Bloggen, een site maken en een kind onderhouden zijn "mutual exlusive". Op die 30 dagen heb ik al enorm veel geleerd. Om ervoor te hoeden dat de reeds opgebouwde kennis niet teloorgaat, voeg ik ze bij dezen toe aan de overlevering.

Les 1: meisjes kunnen ook in een straal omhoogplassen.
Mevrouw Sterre Kalders heeft er een sport van gemaakt om bij de luierwissel onbewaakte momenten van wat animatie te voorzien. In het korte interval dat er geen poepdoek rond haar lenden hangt, slaagt ze er namelijk met wisselend succes in haar verzorger te belagen met verse urine. Zorg er bij het verschonen dus zeker voor dat er een schone luier klaarligt die zo snel mogelijk de vuile kan vervangen.

Les 2: loop niet met naakte baby's door het huis.
Deze les heeft raakvlakken met les 1, namelijk dat het instrumentarium bij een taak altijd op voorhand in orde dient te zijn. Bij het niet opvolgen van deze regel volgt steevast een bestraffing. Concreet: om een kind schoon te houden, moet je het af en toe in bad duwen. Aldus vul ik het badje op het aanrecht, leg ik het verzorgingskussen klaar, schroef ik het juiste peperdure productengamma open, kleed ik Sterre uit en kom ik erachter dat ik geen luiers paraat heb. Met een naakte Sterre op de arm doorkruis ik de huiskamer en weer terug. Pas na de waspartij merk ik de geelbruine vlek op mijn T-shirt en bij nader inzien ook op de huiskamervloer. Dit zijn onmiskenbaar de vloeibare uitwerpselen van een pasgeborene. Ik herken het ondertussen jammer genoeg met mijn ogen dicht.
Om kort te gaan: een baby zonder luier is een "accident waiting to happen".

Les 3: vertrouw niet op zonneschermen.
Ik heb ze altijd foeilelijk gevonden, van die zonnerschermen met zuignappen om tegen de autoramen te plakken. Maar omdat ik Sterre liever niet tegen kooktemperatuur zie aanlopen, moet ik er nu ook aan geloven. Zodoende hangen er twee felgekleurde Bumba-figuren in onze wagen om de priemende zon te bezweren. De ondingen hebben een permanente plaats in onze vierwieler veroverd, tegen wil en dank. Ook onderweg naar het werk kijk ik ertegenaan, als ik al eens over mijn schouder probeer te turen bij een rijstrookwissel. Zo poog ik op een gegeven moment van linker- naar rechterstrook te manouvreren en werp ik, brave burger als ik ben, een blik over mijn schouder, teneinde de dode hoek te elimineren. Die hoek is echter nog wat doder gemaakt door de zogezegd transparante zonneschermen. Wanneer ik toch maar naar rechts zwenk, vertrouw ik mijn eigen waarneming toch niet helemaal, corrigeer ik terug naar links en probeer nogmaals naar rechts te gaan terwijl ik de dode hoek nader inspecteer. Om dan tot de ontdekking te komen dat een BMW zich daar blijkbaar al een tijdje verschanst heeft.
Het hele gelaveer heeft als gevolg dat ik eigenlijk maar wat over de weg zwalp totdat ik op de rechterstrook beland. Hierop haalt de BMW mij in terwijl ik de bestuurder een verontschuldigend gebaar toewerp. Als ik de man aankijk, glijden mijn ogen echter al snel af naar zijn blauw-witte uniform. Yep, een Nederlandse agent in een anonieme wagen. Ik kom er gelukkig vanaf met een misprijzende blik. Conclusie: Belg zijn is op Nederlands wegen excuus genoeg om dit soort stunten te mogen uithalen.

Labels:

Sterretje gelanceerd

woensdag, juni 27, 2007

Ziezo. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar het is dan toch gelukt. Sterre heeft haar eigen site:



Veel kijkplezier!

Labels:

Sterre

donderdag, mei 31, 2007

Nog even geduld, en u kunt Sterre uitgebreid bewonden op http://sterre.kalders.be

Tot dan, als zoethouder, het geboortekaartje:










Labels:

29-5-2007-3690-49

Ik noteer op een geel plakbriefje "13:12" en reik het Sandy aan: "Hier, nu maak je bij elke kramp een aantekening". Dan vervolg ik mijn activiteiten aan de computer. Mijn werkgever is zo vriendelijk geweest mij de laatste zwangerschapsweek thuis te laten werken, zodat ik de apotheose adequaat kan opvangen.
Een uurtje later krijg ik nietsvermoedend het papiertje opnieuw onder mijn neus geschoven. Het trekt even wit weg rond mijn neus. Ik slik als ik zie dat de helft is volgeschreven met tijdstippen die elkaar gemiddeld 7 minuten opvolgen. Volgens de instructies zouden we nu bijna het ziekenhuis moeten bellen.
Ik ga weer verder aan de slag, maar de weeën worden nu ook voor mij waarneembaar. Om de 5 minuten hoor ik namelijk achter mij gesteun en wat gemopper: "Ga weg!". Ik maak aanstalten om de kamer te verlaten, maar Sandy blijkt het tegen haar kramp te hebben. Om 15.30u vinden we het welletjes en laden we de koffers in de auto. Sandy's vader, die in de tuin bezig is, staakt even zijn werkzaamheden om het tafereel te aanschouwen. We hadden het liever nog even stil gehouden, maar dat wordt een beetje moeilijk als hij mij de auto ziet bevrachten. Bovendien moet hij zijn auto voor ons uit de weg zetten.
Nu ben ik in principe een nogal voorbeeldig chauffeur die de meeste snelheidsbeperkingen als een brave burger gehoorzaamt, maar het gaspedaal gaat deze keer toch wat dieper dan anders. Totdat ik vlak voor mij een tractor de weg zie opdraaien. Als er nu iets niet leuk is, dan is het toch wel achter een boer aan sjokken met een hoogzwangere, puffende vrouw in de passagierszetel.
We raken toch heelhuids op de parking van het ziekenhuis, alwaar Sandy nog eerst een paar keer overgeeft. Later zal ik vernemen dat dit toch wel een zeer concreet signaal is voor een nakende bevalling. Maar goed, weet ik veel op dat moment. Wanneer we binnenwandelen, snelt Sandy eerst nog naar het toilet. Ook hiervan hoor ik achteraf hoe typisch dit is. Ik maak van het vrije moment gebruik om, geheel volgens afspraak, de televisieploeg te bellen. Ruim op tijd, denk ik bij mezelf, aangezien de mensen een rit van anderhalf uur voor de kiezen hebben. In gedachten zie ik Sandy en mezelf op een lange, nachtelijke bevalling afstevenen.
Tussen twee weeën door komt Sandy van het toilet schuifelen, duiken we de aftandse lift in en reppen we ons naar de kraamafdeling, alwaar men ons de arbeidskamer inloodst. In een hoekje hangen daar nog altijd de gekleurde schijfjes van variabele grootte. Ik zag ze ook al tijdens de rondleiding door het ziekenhuis en weet dus dat ze mogelijke ontsluiting voorstellen. Wie weet komen ze zo nog van pas.
Terwijl men, naar ons gevoel urenlang, een bed zoekt, grijpt Sandy mij vast om de volgende wee op te vangen. Heel veel kan ik niet doen, behalve wat begripvol kijken en mezelf gelukkig prijzen dat ik een man ben.
Een Nederlandse verpleegster, die een grappig Nederlands doorspekt met Belgicismen bezigt, rolt het bed met spierwitte lakens binnen. Sandy neemt kreunend plaats en laat zich gewillige bedraden. Het apparaat naast haar gaat van "Doef-doef ... doef-doef ..." Het geluid, dat een beetje lijkt op de gedempte hoefslagen van een erg snel paard, stelt ons gerust: alles klopt nog.
De vroedvrouw vangt vervolgens het inwendig onderzoek aan. Ik hou haar goed in de gaten, en aan haar armbeweging en gezichtsuitdrukking meen ik af te lezen dat er iets abnormaals is. Dan spreekt ze de legendarische woorden die ik nooit meer zal vergeten: "Volgens mij gaat gij zodadelijk gewoon bevallen".
Sandy en ik kijken elkaar aan, nog niet beseffend wat die woorden precies inhouden. Het is dan al 16.00u geweest, maar we hebben nog steeds geen idee wanneer deze klus achter de rug zal zijn. De vrouw vervolgt: "U hebt volledige opening. Het enige dat de bevalling nog tegenhoudt, zijn de vliezen die nog niet gebroken zijn. Proficiat." In mijn ooghoek zie ik het grootste houten schijfje hangen. Dat zal ondertussen wel passen.
Sandy's voorzichtige vraag naar epidurale verdoving wimpelt de verpleging meteen af: "Daar is het al veel te laat voor!"
In allerijl brengt men de verloskamer in stelling. Onderwijl kan ik er helemaal inkomen waarom iemand die ruimte ooit als dusdanig bestempeld heeft. Het moet een enorme verlossing zijn wanneer die verdomde weeën ophouden.
Als Sandy wijdbeens op het daarvoor ontworpen meubel ligt, duurt het niet lang voordat ik een plukje haar zie. Het motiveert me enorm om te persen, maar dat helpt Sandy natuurlijk niet echt. Er schieten wat flarden zwangerschapsyoga door mijn hoofd van die ene sessie waar ik bij was. "De K in de keel, chou", hoor ik mezelf aanmoedigen. Ja, een mens roept al eens vreemde dingen in tijden van nood.
Een stagiair krijgt de opdracht uit het raam te turen naar een groene kever. Het zou namelijk wel eens kunnen dat zelfs de gynaecoloog het niet meer haalt.
Onderhand wordt het plukje haar een flinke bos waar mijn hoge voorhoofd meteen al jaloers op kan zijn. Niet veel later komt de vrouwendokteres toch nog op tijd binnengestormd.
Dan, ongeveer bij de zesde perswee, floept het klein wonder er helemaal uit. Een erg onwezenlijk moment. Een uurtje geleden parkeerden we hier de wagen en maakten we ons op voor een nachtje helse pijn. En nu ligt daar ineens een verse baby. Sandy en ik vergeten van verstomming allebei het geslacht te vragen. De gynaecoloog meldt dan maar spontaan dat we een meisje kregen en polst naar de naam. Ik knik goedkeurend naar Sandy, die voor de eerste keer de naam "Sterre" in de mond neemt tegenover derden. Als mijn telefoon rinkelt, kan ik Sterre's eerste schreeuwtjes laten horen aan de televisieploeg die net de parking oprijdt. Niemand kan dit moment nog stelen.

Labels:

O wee

woensdag, mei 30, 2007

Weeen

Labels:

Vol

woensdag, mei 02, 2007

Wanneer ik onze onze trouwe Berlingo de inrit op manouvreer, klinkt er luid gepiep op de achtergrond. Niet dat er iets mis is met de remmen. Nee, telkens Baloe zijns inziens te lang alleen is geweest, laat hij dat blijken middels dergelijk piepconcert. Ongedurig schuifelt hij dan in zijn ren, wachtend tot Sandy de grendel overhaalt en teken doet. Als een speer schiet hij vervolgens naar mij toe om beide poten op mijn schouders te planten en mijn gezicht af te likken.
Nu is het niet anders. Ik draai mij weg en poog het beest te negeren, daar men mij wijs heeft gemaakt dat alleen zo het enthousiasme tempert. Toegegeven, dat is niet eenvoudig met veertig kilo die tegen je rug aan staat te dansen. Het is meteen de reden waarom sommige van onze vrienden braaf aan de voordeur bellen in plaats van via de informelere achterdeur binnen te vallen.
Na een minuutje snapt de stuiterende haarbal dat aandringen geen zin heeft, en poot hij zich op de mat die hij wellicht de zijne waant. Zijn neus port suggestief tegen mijn 'wandeljas'. Het bewuste kledingstuk betreft een fluorescerende Scotch-jas waarvan de vlekken talrijke verleden wandelingen aantonen, waarvoor het meteen ook metafoor is. Met dat gepor probeert de inmiddels zwaar kwijlende hond namelijk iets te vertellen.
Hoewel de klok al terug van 0 is beginnen tellen, haal ik de slipketting uit de kast en schuif hem over Baloe's hoofd. Nerveus verplaatst hij zijn gewicht van links naar rechts, onderwijl de plas voor hem van verse kwijl voorziend. Zijn zenuwachtige lijf spant zich op om op commando naar buiten te stormen. Aldus geschiede na mijn zacht 'kom maar'.
Onder een volle maan bij glasheldere hemel zigzagt Baloe over alle hoeken van de grasberm. In de blauwe schijn van de nacht valt de gekleurde staartpunt niet op die hij overhield aan het leidingsweekend in combinatie met de spuitbus groene haarverf.
Het kanaal versnippert het spiegelbeeld van onze aardse bijplaneet. Aan de hand van de volle maan en zijn cyclus, zo wist een buurman mij te vertellen, kan hij onze nakende bevalling voorspellen. Uit gebrek aan bijgelovigheid, heb ik niet naar de details geïnformeerd.
Wanneer boven mij een vallende ster een witte lijn in de hemel tekent, kan datzelfde gebrek mij echter niet beletten een gezonde baby te wensen. Proberen mag toch?
Ik mijmer over wat gaat komen. Zal dit rustgevende tafereel zich in de toekomst nog kunnen voltrekken? Of sta ik dan met een schreiende baby in de armen met moeite de ogen open te houden? En hoe zal onze haarbal reageren op die halvering van aandacht?
Sandy en ik werden hieromtrent reeds overladen met goedbedoelde tips. Tijdens Sandy haar verblijf in het ziekenhuis, zou ik alvast luiers mee naar huis moeten nemen om Baloe vertrouwd te maken met de geur. Ik vermoed echter dat ik dat truukje eerst bij mezelf zal moeten uithalen, zodat ik niet over mijn nek ga bij het verversen.
Tevens bevroed ik dat ongeveer alles wat ik er nu van verwacht, in één klap van tafel geveegd zal worden door die kleine Kalders. Ik hoop ten goede, maar voor de zekerheid slaap ik toch maar alvast wat bij.

Labels:

Drukpers

zondag, april 22, 2007

Als je iets wilt bereiken, moet je af en toe offers brengen. Wil je een getraind lichaam, dan moet je het bijwijlen afbeulen. Wil je de relatie met je vrouw onderhouden, dan moet je haar af en toe ... nee wacht, slecht voorbeeld. In ieder geval, incidenteel moet je je mannelijkheid ondergeschikt maken aan de vereisten van een relatie.
Zo komt het dat ik samen met Sandy naar een partneravond ga. Niet zo eentje waar menopauzerende vrouwen met hangtieten ingeruild worden voor strakke blondjes. Neen, op deze avond zullen we met enkele koppels de ins en outs van de bevalling ervaren door simulatie.
Als we de veranda annex virtuele persruimte betreden, zitten er al 3 andere koppels in de aanslag. Als we compleet zijn, 5 paren en 1 docente, zetten we de sessie in met een kennismakingsrondje. Ik kan het het gevoel voor humor van de mij nog onbekende personen moeilijk inschatten, en verzaak aan de drang om mij voor te stellen als Igor, reeds drie weken clean.
In een hoekje kijkt de dalai lama vanop zijn foto goedkeurend toe. Ik hoop maar dat mijn chakra's in evenwicht zijn.
Niet veel later liggen we met 10 man door onze neus in te ademen, en door onze mond weer uit. Wanneer we de opdracht krijgen door onze benen uit te ademen, zoek ik in het rond naar iemand met een vreselijke deformatie. Gelukkig bedoelt de vrouw niet dat er iemand beenlong heeft; we moeten de energie van het uitademen laten doorstromen naar onze voeten. Ik snap ook meteen de reden van de gedimde lichten: met al die ronslingerende energie, is de kans op overspanning niet denkbeeldig.
Dan pikt de vrouw mij eruit om de volgende oefening te demonstreren. Ik weet niet wat eerst was: zwangerschapsyoga of kamasutra, maar één moet welhaast te rade zijn gegaan bij de ander als ik de posities bekijk die Sandy en ik ondertussen hebben moeten aannemen. Op bevel zak ik op twee knieën en buig ik voorover, terwijl twee handpalmen mijn rug bewerken. Ik heb medelijden met de andere koppels, die de gapende bouwvakkersspleet boven mijn te lage broek moeten aanschouwen.
In een andere oefening ontspannen we dan weer door het uitademen van een letter. Aldus roept iedereen twee minuten lang "Aaa" of "Mmm", maar als je weeën ligt te hebben, mag je goddank kiezen welke letter van het alfabet je voorkeur geniet.
Na een korte koffiepauze met zeer lekkere koekjes, mogen we aan de persweeën beginnen. Er volgt eerst een theoretisch stukje over de bekkenbodem die je naar boven kan liften, of naar de "kelder" laten zakken. Ik vraag me hardop af op welk knopje we daarvoor moeten drukken. Een geforceerde lach verraadt dat ik niet de eerste flauwe plezante ben.
Het uitpoepen van ontlasting komt schijnbaar grotendeels overeen met het uitpoepen van een baby, want we de krijgen de opdracht ongeveer hetzelfde te doen, zij het horizontaal. Maar terwijl ik daar zo op mijn rug lig met de benen in de hurkhouding, laat ik mijn bekkenbodem even met rust. Een reserve opgehoopte darmgassen dreigt niet geruisloos vrij te komen. Nu schroom ik doorgaans niet zo snel, doch het blijft moeilijk de mogelijke reactie van het gezelschap in te schatten.
Ik moet ineens denken aan mijn schoonbroer die hetzelfde heeft moeten ondergaan. Nodeloos bewegen is niet zijn favoriete activiteit en volgens mij voelt hij zich al sullig als hij bijvoorbeeld zijn kuiten zou moeten stretchen. In gedachten zie ik hem daar ongemakkelijk op zijn rug liggen, zijn vrouw toe sissend wat ze hem heeft aangedaan. Zoals ik eerder opmerkte: af en toe gaat je viriliteit eraan.
Als de sessie gedaan is, vraagt de docente of iemand nog "iets terug wil geven". Ik denk aan de lekkere koekjes, maar het lijkt me niet aangewezen die te regurgiteren. Tenslotte maken onze voeten terug contact met de aarde, die ons aldus van energie voorziet. Dat nog niet alle auto's op dit soort groen vermogen rijden, is mij een raadsel. Die machtige olielobby toch!
Hoe dan ook, ik ben nu perfect gewapend tegen allerhande contracties. Elke perswee zal ik Sandy kunnen voorzien van de juiste ademhaling. En in gedachten dank ik dan de Heer dat ik het echte werk niet hoef te doen. Daarvoor zet ik graag mijn mannelijkheid even opzij.

Labels:

Suiker

dinsdag, maart 27, 2007

Suikerbonen, wie heeft het ooit verzonnen? Niet alleen dacht iemand ooit: "he, als ik die chocolade nu eens in gesmolten suiker gooi?", diezelfde idioot vond ook nodig dat al zijn vrienden en familie zulks cadeau zouden krijgen bij het ter perse gaan van zijn of haar kind. Die traditie heeft onderhand zulke groteske proporties aangenomen, dat je er met een simpel "bedankt voor het bezoekje" niet meer vanaf komt.
Zo komt het dat wij, na het vastleggen van onze geboortelijst (voor de Nederlanders die dit gebruik niet eigen zijn: een lijst met cadeauvoorstellen voor de baby) op weg naar huis een suikerbonenboer passeren. Terwijl ik er achteloos voorbij rij, maakt Sandy mij attent op de, tussen lintbebouwing verstopte, etalage. Qua thematiek laat die weinig aan de verbeelding over: de overvloedige pasteltinten verraden dat het niet om een frituur of iets dergelijks gaat. Aldus gooi ik het stuur om.
We stappen de lege winkel binnen. Nuja, leeg; vanuit elke hoek staart je wel een lief beertje of een stereotyp geboortepresentje aan. Met leeg doel ik op personeel, want de vermoedelijke eigenares komt vanuit de aanpalende woning aangestormd.
Terwijl Sandy en ik, goedkeuring veinzend, de tientallen "leuke" potjes en buisjes met suikerbonen monsteren, steekt de middelbare vrouw van wal. Vanachter de toonbank tovert ze een foto-album tevoorschijn. In sneltreinvaart flitsen de pagina's voor onze ogen, begeleid door de aflopende verkoopster. In de occasionele korte pauze worden we aangestaard door iets te ver doorgetrokken eyeliner.
Af en toe probeer ik bevestigend te knikken, maar ik geef het op als de waterval blijft aanhouden. Omdat ik toch eerder iemand van de dialoog ben, wacht ik op een stilte in de alleenspraak als een kikker op een rustende vlieg. Snel sla ik mijn tong uit en probeer ik te opperen: "we zoeken eigenlijk iets speciaals." Volgens mij is dat het eerste wat ik uitbreng sinds ik in de winkel sta, maar blijkbaar is dat ook meteen tegen het zere been van de verkoopster.
Ze ontsteekt in een volgende eenmansakte, maar nu iets furieuzer dan voorheen. Helemaal samenhangend is het niet, maar het komt er ongeveer op neer dat haar leveranciers niet aan variatie doen en dat de zeepjesindustrie de suikerbonenbusiness kapot maakt. Een paar minuten en wat instemmend geknik later, heb ik al spijt dat ik ook maar durfde suggereren dat de aanwezige goederen niet voldeden aan ons verwachtingspatroon. Ik verbeid de volgende pauze om te mompelen dat we ons nog maar zijn aan het oriënteren en dat ik het wel gezien heb. Een beetje verbouwereerd druipen Sandy en ik af.
Misschien moet ik in de volgende winkel toch nog iets voorzichtiger zijn bij het uiten van onze wensen...

Labels:

Tettenman

dinsdag, maart 20, 2007

Sandy waggelt aan mijn zij het ziekenhuis in. We brengen een begeleid bezoek aan de kraamafdeling. Kwestie van in tijden van nood feilloos de weg terug te vinden. In de hal blijken nog een twintigtal andere koppels hetzelfde plan opgevat te hebben; een ware dikkebuikenpleiade.
Een vriendelijke vrouw verzoekt ons haar te volgen naar een aula waar de stoelen zijn voorzien van opklapschrijftafeltjes (da's een mooie voor scrabble). Ik voel me weer even helemaal student, maar waag het toch maar niet papierpropjes te gooien, al was het maar omdat ik op de eerste rij zit.
Een andere jonge vrouw die vooraan staat, opent Powerpoint op haar laptop en projecteert het resultaat op de muur. De slides die ze afleest wijzen ons op de rechten en plichten van zwangere mensen. Eigenlijk rijkelijk laat, want mocht je ontslagen zijn vanwege je nakend kind, dan kom je er nu achter dat dat ontwettelijk was. De dame wrijft er ook nog eens in dat kersverse vaders 10 dagen vaderschapsverlof cadeau krijgen in België. Ik, werkend in Nederland, krijg er 2.
De voordracht is niet van bijzonder expressieve aard en het helpt ook niet dat ik amper geslapen heb omdat ik een deadline had voor het werk. Bovendien is het gemakkelijk 25 graden in de ruimte, zodat mijn oogleden bijwijlen het licht trachten uit te doen. Ik weet niet zeker of de spreekster mij af en toe aankijkt, maar ik probeer met mijn open oog zo geïnteresseerd mogelijk te kijken.
Wonderlijk overleef ik de lezing zonder daadwerkelijk in slaap te vallen, doch al snel blijkt dat men nog niet alles uit de kast had gehaald. Een video over epidurale verdoving volgt. Als er nu iets is wat mij gegarandeerd binnen 5 minuten naar dromenland verwijst, is het wel televisie, en al helemaal in dit klimaat met dergelijke wetenschappelijke inhoud. Gelukkig priemt Sandy mij af en toe wakker met haar boze blik.
Na de video kunnen we opteren voor een bezoek aan de kraamafdeling of voor nog een video. Ik sta snel op om de dame van de rondleiding te volgen. Met een vijftal koppels bezetten we een lift die volgens het ijzeren label 24 personen kan tillen. Er zijn dan wel zwangere vrouwen bij, maar als dat getal klopt, zal het toch een kwestie van stapelen zijn.
De lift pingt op de tweede verdieping. De vriendelijke vroedvrouw gaat ons voor en doet met zachte stem in alle ruimtes een verhaaltje. Een beetje te zacht voor iemand die net een dubbele oorontsteking achter de rug heeft. Het voelt alsof er kurken in mijn oren zitten en de woorden van de vrouw halverwege blijven steken. Gelukkig zie ik aan de rest van het publiek wanneer ik moet lachen.
Met zijn allen wandelen we de arbeidskamer binnen. Er is geen industriële machine of lopende band in de buurt te bekennen, dus ik vermoed dat het om een ander soort arbeid gaat. Misschien doen ze het bewust, om moeilijke Latijnse termen te vermijden, maar op de een of andere manier slaagt men er redelijk consequent in bevallingen te omringen met dubbelzinnige benamingen.
In een hoek van de bewuste arbeidskamer bengelt een mobile. Aan een cirkeltje hangen allemaal gekleurde houten schijfjes in verschillende groottes. Schattig, denk je in eerste instantie. Maar dan daagt het dat op dat punt ongeveer nooit kinderen zullen komen, laat staan de in arbeid zijnde baby. De vroedvrouw legt uit: de schijfjes geven de verschillende stadia van "opening" aan die de vrouw in die kamer zal hebben. Onwillekeurig moet ik denken aan de pseudo-dildo die juweliers gebruiken om ring-groottes mee te meten. In gedachten zie ik de gynaecoloog één van de houten plaatje voor de vagina van de vrouw houden: "even kijken... deze is al te klein, even de volgende pakken. Ja mevrouw, die past perfect! Proficiat, uw opening is al 10 cm!" En dan maar hopen dat die dingen na elke bevalling gewassen worden.
Wanneer we op het punt staan de verloskamer te bezichtigen, krijgen we te horen dat er net iemand binnen is. Even hoop ik mijn eerste live-bevalling mee te maken, maar teleurgesteld worden we een tweede verloskamer, euh, ingeleid. Met de beenhouders aan het bed en de onderzoekslampen aan het plafond houdt de ruimte het midden tussen een fetisjistenfantasie en een martelkamer. Ik ga ervan uit dat Sandy vooral dat laatste zal ervaren terwijl ze de kleine eruit perst.
We proppen ons weer met zijn allen in de lift. Alsnog worden we op de andere verdieping getrakteerd op geanimeerd beeldmateriaal, en dan nog wel op een Noorse borstvoedingsvideo, volgens mij uit de tijd dat Europe met "The Final Countdown" op 1 stond. Tenminste, dat lees ik af aan de kapsels. Aanvankelijk declameert een schelle Amerikaanse stem ongenuanceerd de voordelen van borstvoeding. Ik weet niet precies waarom, maar ik moet denken aan de reclamefilmpjes van weleer waar roken werd aangeprezen als een lovenswaardige activiteit. De toon komt enigszins overeen.
Vervolgens wiegt een hypnotiserende Scandinavische stem het publiek in subcomateuze toestand. Het moet van mijn eigen laatste borstvoeding geleden zijn dat ik nog een oog heb dichtgedaan bij het aanschouwen van een vrouwenborst. Twintig minuten lang alleen maar bloten tieten op het scherm, en ik val bijna in slaap. Een ongeziene prestatie. Maar gelukkig weet ik nu hoe Sandy de kleine eventueel ondersteboven aan de borst kan leggen. Wie daar meer uitleg over wilt, moet maar mailen. In afwachting daarvan zal ik zelf alvast een praktijktest doen.

Labels:

Armwaar

dinsdag, maart 06, 2007

Sandy staat op ontploffen. Over een kleine 85 dagen zal de ontsteking in actie schieten, maar vooralsnog tikt de teller lustig verder af. Het is alleen te hopen dat haar buik in die periode niet even hard groeit als de afgelopen maand. Als voor een zwangere, half immobiele vrouw zorgen al niet zo gemakkelijk is, dan wil ik namelijk niet geconfronteerd worden met een zwangere, compleet immobiele echtgenote. Om maar te zeggen dat ze goed op schema lijkt.
Dit in tegenstelling tot de werken aan de kinderkamer die onder invloed van de drukke agenda verwaarloosd zijn. Gelukkig heb ik nog een bruggepensioneerde schoonvader die graag de handen uit de mouwen steekt. Sloopwerken Marcel heeft in een aantal dagen namelijk de volledige zolderverdieping gestript van alle overtollig materiaal, om er een bureauruimte van te maken. Pas als die ruimte klaar is, kunnen we alle overbodige meubels uit de kinderkamer verhuizen en echt aan de slag.
Die acties indachtig, informeren we afgelopen weekend bij een vriend naar de prijs van 300 liter stabilisé of chape. Excuses aan de Nederlanders die beide woorden niet kennen, maar ik ken het AN hiervoor niet. In ieder geval: de vloer wordt ermee gestort. De vriend in kwestie werkt bij een bouwbedrijf dat handelt in stabilisé en allerlei aanverwant spul. Hij heeft zich daar bij wijze van studentenjob de (on)dankbare taak toegeëigend de directiewagens te wassen. Dankbaar omdat men erkentelijk is, ondankbaar omdat de met ziekelijke precisie gezeemde ramen en verschoonde velgen in een bouwbedrijf niet lang in die toestand verkeren.
Daar staat tegenover dat de beste jongen ermee kan opscheppen wekelijks achter het stuur van de laatste Mercedes of de nieuwe Porsche te zitten. Met zijn redelijk vers rijbewijs duim ik dat dit nog enige tijd zo zal zijn.
We vragen dus of hij ons de prijs van de chape kan vertellen. Dat is volgens hem maar 1 SMS-je verwijderd en prompt stuurt hij een collega een berichtje met de betreffende vraag en de mededeling aan ons dat we zo antwoord krijgen. Maar een tegen-SMS blijft enige tijd uit. De SMS die veel later toekomt veklapt de toedracht en laat niet veel aan de verbeelding over: "Veer zien op de stoet en allemoal noar de kloete! Alaaf!" (wij zijn op de stoet en allemaal naar de kloten). Het lijkt erop dat we de ontnuchtering moeten afwachten voor een zinnig antwoord.
We kunnen echter niet zeggen dat er nog helemaal niets gebeurd is voor de kinderkamer. Ik heb al eerder bericht over een blauwe, uit het gamma genomen, kast van Ikea waar we tweedehands naarstig naar op zoek waren. Ons geduld inzake dat meubel werd aardig op de proef gesteld, want schijnbaar groeien die dingen in Noord-Holland aan de bomen, terwijl de lokale zoekertjes steevast niks opleveren. Vorige week hebben we dan toch plots beet. 30 km hiervandaan, in Wallonië nota bene. Nu heb ik Frans altijd een mooie taal gevonden, en kan ik ze nog redelijk schrijven ook, maar Frans spreken huist in hetzelfde hersengedeelte als kantklossen. En nee, kantklossen is niet één van mijn vaardigheden.
In mijn beste "Je tu il elle nous vous"-Frans neem ik dus contact op en wonderbaarlijk slaag ik erin een afspraak te maken om "l'armoire" op te gaan halen. Althans, ik ben er redelijk van overtuigd dat ik een afspraak heb, want zover ik van de man begrijp, heeft hij de kast opnieuw geadverteerd omdat we te lang niets lieten horen (zijn antwoordmail zat tussen onze spam). Het stuk tussen het begin van die uitleg en het maken van de afspraak heb ik niet helemaal begrepen.
Daar komt nog bij dat Sandy en mijn schoonvader samen het meubelstuk gaan halen. Het enige Frans dat ooit over Sandy haar lippen kwam, is "croissant" (toegegeven, beter uitgesproken dan het in Nederland gehanteerde "krazant"), en Marcel heeft het ook niet echt via de schoolbanken meegekregen. Gelukkig komt het tweetal toch met de gloednieuwe tweedehandskast thuis. We strepen het weg op de TODO-lijst.
Stond eigenlijk ook nog open: de rest van de kinderkamer. In diezelfde week blijkt echter tot onze schrik en ergernis dat de Zweden nu ook al het blauwe kinderbedje aan het uitfaseren zijn. Het is uitverkocht in alle (twee) Ikea's in de buurt en men krijg het ook niet meer binnen. Een telefoontje leert dat Ikea Eindhoven er nog 2 heeft, maar dat men het niet kan reserveren. Of: hoe een rit van uur te riskeren (en een uur terug) voor mogelijk niets. Weer stuur ik Sandy en Marcel op pad, die overdag wel iets beters te doen hebben, maar nu eenmaal meer tijd hebben dan ik. Die stormen de volgende dag de meubelgigant binnen, rechtstreeks naar de rekken, alwaar ze nog 1 exemplaar aantreffen dat ze onverhoeds op hun kar gooien. Dat kunnen ze al niet meer afpakken. Van de weeromstuit pakken ze ook al de rest van kinderkamer mee. Met die Zweden weet je immers nooit.

Labels: ,

Babyboem

donderdag, februari 22, 2007

Een supermarkt ergens in Nederland. Een kind van 3 jaar stapt op een baby van ongeveer een jaar af en haalt uit met gebalde vuisten: rechts, links, rechts. Zonder woorden trekt zijn moeder het jongetje terug weg. Geen vermaning. Geen excuses jegens de verbouwereerde moeder van de baby die nog net kan uitbrengen dat de andere vrouw haar kind moet opvoeden. De baby zelf houdt een paar schrammen aan het incident over. Het jongetje en zijn moeder zijn allochtoon... je hoopt toevallig, je vreest iets anders.
Maar waar gaat dit nu mis? Waarom kan een kind van 3 ongestraft zijn agressie uiten op een toevallige voorbijganger? Is dit nu de kiem van de Joe van Holsbeecks en de Guido Demoors? En als dat zo is, moet die dan niet op tijd gesmoord worden?
Sandy ziet het ook vaak op haar werkplek, de kinderopvang: ouders die niet de capaciteit in huis hebben om een kind 'correct' op te voeden. Waarbij 'correct' staat voor: aangepast aan de gangbare maatstaven van de maatschappij. Vooral dat laatste kan extra problematisch zijn met een andere culturele achtergrond. Het meest frustrerende is dat je af en toe gewoon al weet dat het ooit mis zal lopen.
Mijn moeder kan de probleemgevallen zelfs nog eerder eruit halen: ze werkt op neonatologie. Als weer eens een zwakbegaafde junk zijn prematuur uit de couveuse komt halen, verzucht ze wel eens dat je voor alles in het leven diploma's nodig hebt, behalve voor het maken van kinderen.
Het zou anders geen slecht idee zijn, zo'n ouderschapsexamen.
- Dag meneer, ik zou graag ouder worden. Niet qua leeftijd, maar qua kindbezitter uiteraard.
- Prima. Neemt u even plaats om de vragenlijst af te werken.

Vraag: uw kind mept zonder duidelijke aanleiding vreemde kinderen in het gezicht. Wat doet u?
1) U doet alsof uw neus bloedt. Een beetje bloedneus kan immers geen kwaad.
2) U geeft het vreemde kind ook een klap. Uw eigen kind slaat namelijk nooit zomaar iemand.
3) Niets. Agressie opkroppen is gevaarlijk.

Als beide partners slagen voor de test, wordt de tijdelijke sterilisatie ongedaan gemaakt en mag men gecertificeerd een kind maken.
Nu, kinderen die toch zinloos geweld uitoefenen op andere kinderen, zijn niet per se een vogel voor de kat. Een kennis waarvan ik pleeg te denken dat hij goed terecht is gekomen, was een bijzonder brave kleuter tot hij op zijn eerste schooldag zonder aanleiding op de anderen begon te kloppen. Zoals ik zei: hij is nu een, voor zover ik kan inschatten, goedaardige jongen. Misschien zou zijn moeder wel geslaagd zijn voor dat examen. Je weet echter nooit of hij toch niet ooit wild in het rond schietend een plein oploopt. Maar dat weet je van niemand. "Het was zo'n rustige, brave jongen", hoor je dan.
Nee, ouderschap is geen loze job. Ik ben er, al dan niet ten onrechte, van overtuigd dat mijn ouders het goed gedaan hebben, en ik trakteer mezelf op applaus als ik minstens hetzelfde presteer.
Laat ik echter niet zo pessimistisch op de feiten vooruitlopen; er moet over een kleine 100 dagen nog eerst gebaard worden, en alleen dat al zou heel iets anders zijn dan wat je dankzij tv ervan verwacht (plots zie ik dat ietwat komische beeld van die "ma mère" schreeuwende negerin in arbeid voor me). Dus laat ik me over wat daarna volgt al maar helemaal geen illusies maken. In de tussentijd hoop ik dat die baby van mijn collega geen trauma aan zijn confrontatie met de wrede wereld overhoudt.

Labels: ,

Tot uitkering komen

zondag, februari 11, 2007

De symbolische kaap van 100 resterende zwangere dagen nadert. Lichtelijk in paniek stellen Sandy en ik vast dat de werken aan de kinderkamer nu toch dringend doorgang zouden moeten vinden. Zowel financieel als arbeidsintensief de zwaarste dobber die nog voor de boeg ligt. Althans, tot de kleine er is.
Andere noodzakelijkheden lijken gelukkig voorlopig ingevuld. In een gecoördineerde opwelling van opruimwoede komen mijn moeder en mijn zus namelijk aandragen met enkele dozen vol babykleren.


In haar sorteerdrang stalt Sandy alles netjes uit op het kookeiland. Menig Roemeens weeshuis zou voor zo een hoeveelheid babykleren een moord plegen. Eventueel letterlijk.
De overvloed aan babyspullen ten spijt, bezoeken we dit weekend ook de Mix & Meggy-beurs. De folder heeft het onder andere over een "demonstratie haptonomisch dragen". Vanuit mijn vakgebied ken ik wel haptische toestellen, een soort robotica die de tastzin misleiden, maar ik vermoed dat het weinig met trillende spelconsoles te maken heeft.
We wandelen de hal binnen en vanaf dat moment krijgen we onophoudelijk folders in onze handen geduwd, nu en dan gepaard met een vraag en de unieke kans iets te winnen. Af en toe wordt er gratis iets weggegeven, zoals de "Roze Doos". De ietwat vreemd benaming slaat niet op de ontvanger, maar op de vorm van het geschenk. Ook de hardnekkige Tupperware en Mylène zijn aanwezig. Je kan blijkbaar niet vroeg genoeg beginnen met het ronselen van demonstratrices.
Een bevreemdende vaststelling is dat veel van de standhoudsters zwanger zijn, terwijl dit een jaarlijkse beurs is. Ik bedoel: zouden ze volgend jaar op dezelfde manier reclame maken voor hun winkel?
Monkelend passeren we de stand van de CM, hoewel er niet veel reden tot lachen is. We zijn namelijk al een drietal maanden aan het wachten op een uitkering wegens werkverwijdering. Het klinkt een beetje als een zware operatie, werkverwijdering, maar na veelvuldig contact hierover met de CM zijn we ervan overtuigd dat het dat ook is. Om een lang verhaal zo kort mogelijk te maken: Sandy heeft 2 deeltijdse contracten bij 1 werkgever. Dat moet zo ongeveer het eerste geweest zijn wat ze op de CM heeft medegedeeld. In mensentaal heeft Sandy eigenlijk gewoon een voltijdse job.
Maar een werkverwijdering krijgen op 1 deel van die job is blijkbaar een administratieve nachtmerrie voor bureaucratische instanties als de CM. Na Sandy 2x met een hele papierwinkel op pad gestuurd te hebben, telkens met de belofte dat het geld binnen een paar dagen gestort zal zijn, stelt men ineens vast dat Sandy 2 contracten heeft. Beeldt u even Sandy's ongeloof in bij dit bericht over de "verrassing" waar men "niet van op de hoogte was". Met andere woorden: voor de 3e keer worden er documenten opgemaakt om de tegemoetkoming te regelen, weer met de stelling dat eerdaags de rekening gespekt zal worden. Sandy's laconieke antwoord is dat haar vertrouwen in de CM toch al onherstelbaar beschadigd is.
Persoonlijk zou ik het geen slecht idee vinden om rente op achterstallige betalingen in te houden op het loon van de pennenlikkers. Of dat nu fair zou zijn of niet, het zou volgens mij schrijnende toestanden als deze voorkomen.
Ach, laten we ons maar troosten met de gedachte dat we er zoiets moois voor in de plaats krijgen. Maar ze maken het wel verdomd moeilijk.

Labels:

Aanzet tot uitzet

donderdag, januari 25, 2007

De kalender scheurt elke dag een stukje zwangerschap af. Wat eerst zo veraf leek, nadert nu met steeds statiger tred. Je begint je te realiseren dat alles wat nog moet gebeuren, in een immer kortende tijdspanne gerealiseerd moet worden. Een soort tijdbom waarvan je op tijd alle draadjes doorgeknipt moet hebben.
Zo zijn we al een maand met wisselende intensiteit op zoek naar een kinderwagen. De aanblik van de prijskaartjes in de winkel deed ons snel besluiten dat een nieuw exemplaar overbodige luxe is. 500 EUR voor een stuk alumium op wielen met een gebruiksduur van 2 à 3 jaar slaat grote gaten in het doorsnee gezinsbudget. Nu zouden we, om de begroting aan te zuiveren, een voorbeeld kunnen nemen aan de Vlaamse regering en wat vastgoed verkopen, maar we zouden snel uitverkocht zijn. Die koets wordt dus noodgedwongen een tweedehandsexemplaar.
Zodoende struinde Sandy afgelopen maand elke avond de drukste online veilingplaatsen af. Want de helft van de verse ouders lijkt zich wel in de genoemde kosten gegooid te hebben. De grootte van het beschikbare gamma "gebruikte kinderwagens" is bijna industrieel. In eerste instantie ziet het er naar uit dat de dichtstbijzijnde aanbieders toch op een 50 km liggen, maar afgelopen week bemerken we een voltreffer vlakbij.
Een telefoontje volstaat om "uiteraard geheel vrijblijvend" een kijkje te gaan nemen. De vriendelijke man die de deur opendoet, is een vertegenwoordiger van het één of het ander, maar vooral van zichzelf. Rad van tong steekt hij de loftrompet af over de zegening van een kind en zijn immer bezige huisvrouw met full-time baan. Hij lijkt nogal oprecht, maar dat heb je wel vaker met verkopers.
Uit een grote papieren zak tovert hij een koets/buggy/maxi-cosi-combinatie die 175 EUR moet kosten. Een paar maanden geleden zou ik hier schouderophalend een vragend gezicht bij getrokken hebben, maar als vader-in-spé weet ik ondertussen het koopje naar waarde te schatten.
Toch zijn voor de zekerheid mijn schoonouders meegereisd, bij wijze van ervaringsdeskundig advies. Dient overigens zeker niet onvermeld te blijven: mijn schoonvader koopt zo ongeveer nooit een tweedehandsvoorwerp aan de geadverteerde prijs, vaak tot schroom en ergernis van zijn vrouw. Hij bestaat er zelfs in puur voor de sport af te dingen op rommelmarkten, om te besluiten met de mededeling "dat hij toch niet geïnteresseerd is".
Aldus wisselt de koets-combinatie voor 150 EUR van eigenaar. Schoonvader moppert een beetje op zichzelf omdat hij voelt dat er meer, of beter: minder in had gezeten.
Thuis wordt de aanwinst bij de rest van de uitzet gestouwd. De bovenverdieping begint er langzaam maar zeker van uit te puilen. Dienaangaande hebben we nog een zolderverdieping in orde te maken. Staat ook reeds enige maanden op de agenda.
Ik raadpleeg mijn eigen site: 125 dagen. Een kleine vier maanden om ervoor te zorgen dat de kleine niet tussen de rommel hoeft te slapen. Moet lukken, al voorzie ik nu al dat Sandy, terecht of onterecht, regelmatig in een kramp zal schieten omdat het niet snel genoeg gaat. Misschien toch alvast een doosje prozac in huis halen?

Labels: ,

Zoekt, en gij zult vinden [Mattheus 7:7]

zaterdag, januari 20, 2007

Leve de digitalisering van de maatschappij. Als je tegenwoordig op zoek bent naar iets, hoef je maar even je "browser" open te klikken, en je bent nog slechts een paar toetsaanslagen verwijderd van je doel. Dat doel kan werkelijk alles zijn. Van tweedehandsmeubel tot afspraakje tot kernbom. Het staat er allemaal op.
Stel nu bijvoorbeeld dat je in Limburg woont, en je graag zou aanpappen met een niet al te preuts meisje uit de provinciehoofdstad. Je bent zelf te mensenschuw om daarvoor naar buiten te komen, maar weet dat die meisjes daar ergens moeten zijn. Dan pak je je internetverkenner erbij, en Google je: "blote meisjes te hasselt".
Tot je teleurstelling blijkt al snel dat je niet blindelings moet vertrouwen op techniek. Je klikt namelijk door en komt dan ineens op deze blog terecht die nu niet bepaald over Hasseltse nudistes verhandelt.
Bij deze wil ik me dus verontschuldigen tegenover de persoon die hier schijnbaar terecht kwam met die zoekwoorden en, naar ik met grote zekerheid vermoed, niet aan zijn trekken kwam. Het spijt me dat ik een verkeerd zoekresultaat ben.
Een ander nadeel aan internetzoekpraktijken, is de hoeveelheid informatie die er door te bladeren valt. Stel, je wilt een kernbom kopen, moet je die dan in Iran, Pakistan of misschien wel gewoon bij Israël gaan halen?
Met eenzelfde soort probleem, zij het minder geladen, kampen Sandy en ik nu. We zijn op zoek naar een Ikea-kast die de keten om onbegrijpelijke redenen uit het assortiment heeft verwijderd. Honderden verkoopsadvertenties bekeken we op eBay, Marktplaats en aanverwanten, op zoek naar een valabel alternatief. Maar een tweedehandskast in onzekere staat gaan halen in Noord-Holland beschouwen we niet echt als een optie. Virtuele en reële afstanden liggen soms ver uit elkaar.


Bij deze zou ik graag een oproep doen aan alle lezer(s): mocht u toevallig ergens een verlaten blauwe Mammut-kast van Ikea met 2 deuren tegenkomen (men maakt ze tegenwoordig alleen nog met enkele deur), laat hem dan niet in de kou staan, en geef hem onderdak bij ons. Wij zullen er goed voor zorgen, als was het voor ons eigen kind!

Labels: , ,

Gefeliciteerd!

Ik weet dat sommige van mijn lezer(s) de volgende mensen kennen, vandaar dat ik ze graag publiekelijk wil feliciteren met hun nieuwe aanwinsten:

Familie Thijs-Corstjens, uitgebreid met 1 lid:
Naam: Nathalie
Dochter van: Pascal en Deborah
Tijdstip: 19 januari 2007, 19u00
Lengte: 47 cm
Gewicht: 2.880 g


Familie Trienes-van der Graaf, uitgebreid met 1 lid:
Naam: Romijn
Zoon van: Jeroen en Karlijn
Tijdstip: 5 januari 2007
Gewicht: 3.610 g


Ook aan Jef en Nettie natuurlijk een dikke proficiat!

Labels:

Echo..o..o

vrijdag, januari 12, 2007

Op de planning vandaag: maandelijkse check-up bij de gynaecoloog. De wachttijden van de praktijk indachtig, vertrek ik te laat op het werk. Terwijl de wind is gerezen, is de zon al gaan liggen. Vanmorgen ben ik mijn fluorescerend vestje vergeten, dus dat wordt extra opletten. Om de calvarietocht compleet te maken, breekt er ook nog een wolk op mijn hoofd.
Tergend traag duw ik in de stromende regen, slingerend van links naar rechts één voor één de pedalen rond. Waar ik in de bebouwde kom nog wat bescherming geniet van de behuizing, krijgt de wind vrij spel over de veldwegen. Ternauwernood manouvreer ik mijn trouwe tweewieler rakelings langs de wegrand. Alhoewel: trouw? Er is altijd wel iets met dat aluminium ros aan de hand. Is het geen platte band of een afgelopen ketting, dan wel een kapot licht. Ook nu laat het onding mij genadeloos in de steek. Door de regen slipt de dynamo langs het rubber van de band. Als ik mij over het stuur buig, zie ik dat het voorlicht nog slechts een zwak schijnsel produceert, die naam zelfs niet waardig. Achter mij doemen de eerste snelheidsduivels al op. Ze zullen mij pas zien als ik tegen hun voorruit plak. Om dit te voorkomen, duw ik al fietsend en met gevaar voor vingeramputatie de dynamo handmatig tegen de band. Dit werkt totdat de wind mij het veld in blaast. Ik stuur tegen en probeer de actie nog een paar keer te herhalen. Op een gegeven moment verlies ik echter niet alleen de controle over het stuur, maar ook over mezelf. Misnoegd over de progressie van 5 km/u en de plagerijen van de weergoden, til ik mijn fiets op een werp hem met twee handen het veld in. "Zo, dat zal hem leren!". Ik heb het even helemaal gehad.
Lang kan mijn woede niet duren, want hij wordt terstond gekoeld door de aanzwellende neerslag. Ik raap mijn vehicel uit de modder en duw Peter Pan recht. De toeterbel hing door de smak op half zeven.
Uitgeput, doorweekt en zwaar ontstemd raak ik toch thuis, vanwaar het meteen richting gynaecoloog geblazen is. Ondanks alle tegenslag en het half uur vertraging, blijken we daar onze beurt nog niet gemist te hebben. Sterker nog: 5 minuten na onze aankomst, mogen we de praktijk binnen. Ongezien (zie eerdere verslagen)!
Eens aan de monitor, verdringen de live echobeelden snel het geleden leed. Sandy en ik kijken naar een mens in wording, concreter dan het daarvoor ooit was. We zien ook wat Sandy al enkele dagen voelt: de kleine trapt wild om zich heen. De echo-momenten worden steeds specialer. Hoe kunnen een losgeslagen eicel en een overijverige zaadcel die 300 g mens toch zo ingenieus in elkaar zetten? De hele inventaris klopt: 10 vingertjes, 10 teentjes, 4 hartkamertjes, 2 niertjes, ... De gynaecoloog wacht tot de baby een fotogenieke pose aanneemt en schiet dan een plaatje.

Echo 4

Dit is wat je ziet als je halverwege je zwangerschap bent. Vooralsnog kijk ik reikhalzend naar het naderende ouderschap uit. Laat ik dat ook zo nog maar even houden, voordat ik elke nacht minstens twee maal het bed uit moet en te gepasten tijde een diepe vloek sla. Zoals ik reeds zei: ik kijk er reikhalzend naar uit!

Labels: , , ,

Doseer met mate

vrijdag, december 29, 2006

Met een baby in de pijplijn, moeten we als aanstaande ouders de nodige huishoudelijke voorzieningen treffen. Kwestie van de nieuwe mens te kunnen laten eten, drinken, slapen en luierbevuilen naar eigen goeddunken. In dat licht togen we vanavond naar Maastricht. Dat was echter gerekend buiten de duizend andere Belgen die óók vrij hadden en óók op de hoogte waren van de koopavond.
Op zich is aanschuiven voor een verkeerslicht niet zo een ramp - ik heb redelijk veel geduld - maar de frustratie van een 'doseerlicht' maakt onbekende demonen in mij wakker die ik eigenlijk liever laat slapen.
Een korte toelichting voor de mensen die het niet kennen: een doseerlicht is een verkeerslicht dat het autoverkeer meet en doseert. Dat wil zeggen: terwijl het licht voor elke andere kant tot twee maal toe pijnlijk lang op groen springt, krijgen de auto's aan je eigen kant om de vijf minuten enkele seconden oversteektijd. Als u nu al jeuk krijgt, is dat geheel terecht.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat het concept lijkt te werken, want de verkeersknopen in het centrum zijn zelden nog onontwarbaar. Maar terwijl het mobiliteitsprobleem wordt opgelost, ziet menig autobestuurder met gesprongen aders in de ogen meer rood dan hem lief is. Ik ben eens benieuwd naar die verkeersagressiestatistieken.
Lichtjes geagiteerd parkeer ik dus de wagen op mijn geheime gratis parkeerplaats die de andere duizend Belgen duidelijk niet kennen. Dan wandelen we in de natte kou richting centrum. Het valt me op dat ondanks het ontmoedigende weer voor sommige bevolkingsgroepen de winkelstraat een langgerekte promenade van seksuele beschikbaarheid is. Felgeverfde lippen en fuckme-botjes voor de ovulerende meisjes; half-open leren jassen en een aambeiengang voor de jongens. Ik vraag me wel eens af hoe serieus je jezelf moet nemen, voordat je hoofd als een pendulum van links naar rechts slingert en je schouders bijna uit de kom slaat. Zelf verkies ik een wandeling met een meer statische romp. Misschien heeft de evolutie wel ergens een splitsing gemaakt.
De hele stad baadt in een kunstmatige gezelligheid, maar hier en daar vertonen de geforceerde glimlachen van de verkoopsters al barsten. Die zijn de feestmaand natuurlijk allang zo beu als koude pap. Ik eigenlijk ook wel een beetje, maar ik troost me met de gedachte dat ik eigenhandig de koopkracht van dit land heb opgevijzeld.
Als we klaar zijn met niets te vinden, maken we rechstomkeer richting auto. Onderweg word een ik beetje kregelig van het slenterend gepeupel dat we maar niet ingehaald krijgen. Elke man die naam waardig kent het fenomeen wel: voor je draalt een gezin, liefst iedereen in de breedte naast elkaar. Ze gaan op halve snelheid, behalve wanneer je aanstalten maakt om hen in te halen. Als je anticipeert om hen langs rechts voorbij te steken, ziet dochterlief net iets mooi in een etalage. Terwijl je bijstuurt en een inhaalbeweging langs links plant, trekt moeder dochter weer terug, om met de hele roedel de vluchtroute te blokkeren. En zo kan het volledige straatlengtes duren voordat je maneuvers slagen. Zou een Schumacher hier nu beter in zijn?
Moe gemanouvreerd stappen we de auto in. Omdat Maastricht zijn toeristen liever ziet gaan dan komen, rijden we zonder doseerlichtoverlast de grens over. Lang leve België!

Labels: ,

Opa

dinsdag, december 26, 2006

Gisteren kreeg ik een telefoontje van mijn maker. Nee, niet Die uit dat oude dikke boek, maar de, om het even oneerbiedig te stellen, zaaddonor - ja, sorry, maar ik moet gewoon even duidelijk zijn. In ieder geval, ik had mijn vader dus aan de lijn. Hoe een berichtje op het gastenboek te plaatsen. Het blijft vreemd hoe sommige dingen zo vanzelfsprekend kunnen lijken, maar dat bij nader inzien toch niet zijn. Als programmeur stoot je hier meer dan eens je hoofd aan voordat het inzicht er komt. Een technisch volledig valide en logische benadering van een probleem blijkt in de praktijk wel eens een onhandelbare Frankenstein, ontsproten aan het brein van een ontwikkelaar die te lang daglicht geschuwd heeft.
Ik geef enkele aanwijzingen en merk een paar minuten later een nieuwe 'entry' in het gastenboek op. Ongeveer meteen besluit ik dat het zonde zou zijn om het stukje tekst daar te laten verkommeren. Een dergelijke inspanning verdient minstens een voorpaginavermelding. Bij deze dus een schaamteloze kopieer-en-plak-actie die enerzijds mijn ideeënarmoede moet verhullen, en anderszijds een leuke ode aan het grootvaderschap vastlegt. Waarvoor overigens dank - ik heb de auteur inmiddels wel nog ontmoet, maar dankzij zijn overgeërfde vergeetachtigheid deze dank nog niet geuit.

Aldus:



Opa. Was dat even een bijzondere ervaring! In een gedigitaliseerd tijdperk ontvang je via de zelfgebakkenkoekjesweg de boodschap van de voortzetting van je nageslacht en dan ook nog van die kant van je twee kinderen waar bits en bytes meer over de tafel vliegen dan bij mij de basale culinaire termen. Je wordt als digibete midden vijftiger wel even op het verkeerde been gezet.
Nu klinkt dit heel formeel en zakelijk, vandaar dat ik ook meteen alles in de correcte context wil terugplaatsen. Het verhaal tot nog toe bevat geen emotie naar het gebeuren en doet dus ook geen recht aan de realiteit. Want geloof me, ook al is dit de derde telg in het kleinkinderschap, de vreugde en de intensiteit van de boodschap blijft wel degelijk van een bijzonder hoog gehalte. Terwijl u dit leest moet u zich realiseren dat er waarschijnlijk volgens het groene of het witte boekje, en de spellingscontrole geeft mij dit nu ook aan en zal mij hierop beslist nog vaker attenderen, enkele zelfverzonnen woorden opgenomen zijn in mijn verhaal.
Even terzijde, ik ben opgegroeid in een tijd waarin het als student aangewezen was dat je op zijn minste kennis had van het rode boekje, zie Mao Ze Dong, of het in je bezit had. Nu heeft dit overigens niets met de spelling van de Nederlandse taal te maken en staat het verre van het opaschap maar als gekleurde boekjes toch ter sprake komen kan ik het jullie niet onthouden.
Mocht nu tussendoor iemand de vraagstelling opperen waarom ik via dit medium mijn reactie vastleg en bij mijn vorige twee kleinkinderen niet, dan blinkt het antwoord uit door zijn eenvoud c.q. simpliciteit: ik had tot dan nog nooit van een blog gehoord. Van daar voel ik mij dus ook niet ongemakkelijk bij deze vraagstelling. Vervolgens word je toch nieuwsgierig naar het ontstaan van het woord opa. En ja hoor, nu volgt de confrontatie met je digitale leeftijd. Zoekend op het Internet via Google naar de etymologie van het woord, word ik niet wijzer. Heeft opa als begrip nu echt geen oorsprong maar is het een toevallig ontstaan woord of loopt mijn kennis van het ICT gebeuren dermate mank dat ik mijn eigen stamboomfunctie niet helder kan krijgen of is er gewoon geen gratis digitaal woordenboek voor handen? Op de achtergrond rijst de vraag, als de term niet duidelijk is, dan zal de functieomschrijving navenant zijn. Wat behoort een opa te doen, waar staat hij voor? Misschien dat ik via dit kanaal reacties kan oproepen die mij behulpzaam zijn.

Jean

Labels: ,

Echo

dinsdag, november 14, 2006

Zaterdagmiddag. Het miezert buiten. In een koude vleugel van het bejaardentehuis verzamelt de familie, naar ik later verneem op expliciet verzoek van bompa (opa, voor de Nederlanders). Wat opmerkelijk is, gezien zijn gezegende leeftijd (ergens achteraan in de 80) en de toenemende waas in zijn hoofd.
De gelegenheidsruimte kijkt met grote ramen uit over een grijs-groen gevlekte stadsrand. Het snertweer geeft de grauwe aanblik een extra depressieve touch. Het is vrij uitzonderlijk, maar Sandy en ik arriveren vóór mijn ouders. Op weg naar de derder verdieping ruik ik géén penetrante urinegeur, maar misschien ben ik zelf besmet met verkeerde stereotypen.
Bompa's volledige levenswerk is aanwezig: 3 vrouwen en 2 man sterk. Zelf slaat de oude man vanaf zijn mentale eiland de boel gade. Hij werkt wat apathisch een stuk vlaai naar binnen en slurpt aan een bibberend kopje. Goed geöliede conversaties glijden ijlings langs zijn oren.
Ik ga voor hem staan en vraag of hij mij nog kent. Hij kijkt moeilijk maar bij het noemen van mijn naam lijkt de mist in zijn hoofd even weg te trekken. "Ha Igor." Dan trek ik Sandy voor mij in en herinner hem eraan dat ze mijn vrouw is. "Weet je wat er in haar buik zit?", werp ik hem toe. Ik kan niet altijd inschatten op hoeveel kracht zijn grijze massa nog draait, maar zijn repliek doet alleszins niet het ergste vermoeden: "Een kleine zeker?" Felicitaties volgen. Het is mij niet aan te zien, maar ik word even licht emotioneel. Dankzij deze man is niet alleen mijn vader, maar bij extrapolatie eveneens ikzelf en ook onze baby. De echo van de naam Kalders weerklinkt hier enkele generaties ver.


echo
Maandagavond. We stappen om 19u30 de wachtzaal van de gynaecologe binnen. Er staan net genoeg stoelen voor de aanwezigen, wat het ergste voor de wachttijd doet vermoeden. De stapel leesvoer op de bijzettafeltjes is vermoedelijk afgestemd op de uitlooptijden. Zo leer ik dat Bizz een tijdschrift voor would-be managers is, en Zoom.nl kijksnoep voor fanatieke amateurfotografen. De Claire en aanverwante glossy's laat ik onaangeroerd. Er zijn immers genoeg hormonaal gestoorde vrouwen aanwezig om zich daar op te storten. Ik meen in één van de aanwezigen een oudklasgenoot te herkennen maar ben niet zeker genoeg om contact te zoeken. Mijn vermoeden wordt te laat bevestigd als ze bij haar achternaam naar binnen wordt geroepen.
Iets meer dan anderhalf uur later zwaait voor de zoveelste keer de deur van de praktijk open. Een cliënte verlaat het pand en onze naam klinkt door de gang. De opluchting valt vast van onze gezichten te lezen.
alien De gynaecologe gebiedt Sandy op onderzoeksbank plaats te nemen. Dan initieert ze een inwendige echo. De zwarte monitor wisselt zwarte vlakken af met vormeloze witte plekken. Aanvankelijk lijken de witte eilandjes iets onbestemd, maar dan, onmiskenbaar, een wezentje. Midden in het wezentje gaat iets druk op en neer: het hart functioneert prima. Het kleintje laat zich alvast niet graag op de gevoelige vastleggen, want terwijl de gynaecologe naar een mooi beeld voor de print zoekt, roert het zich hevig. Plots kijkt het recht in de camera. Met zijn ovale oogkassen en zijn vingertjes de lucht in, lijkt het een beetje op ET. De dokteres drukt vlug op een knop en een print rolt uit het echo-apparaat. Pas om 22u30 stappen we met 2 printjes de praktijk uit, maar daar had ik best nog wel twee uur extra voor willen wachten. Veel moeilijker is het wachten tot mei. Ik tel de resterende zes maanden al vol ongeduld af.

Labels: ,

1 + 1 = 3

donderdag, oktober 26, 2006

Het voortbestaan van de naam Kalders indachtig, besloten Sandy en ik bijna 2 1 jaar geleden een maandelijkse prestatiepiek in te lassen. Dit hield in dat we, voor zolang nodig, om de 28 dagen een hoogtepunt zouden bereiken. Samen weliswaar, ruzie of geen ruzie. De afspraak viel bij mij uiteraard niet in dovemans oren en vol goede moed werd er een begin gemaakt. Daarna was het 2 weken ongeduldig afwachten of de maandelijkse spelbreker roet in het eten zou gooien. Aldus, tot onzer spijt. Maar niet getreurd, ik zou Sandy op tijd en stond wijzen op de eventuele vervolgafspraken.
En terwijl op gelijksoortige manier de kalender enkele maanden opschoof, passeerde regelmatig de gemeenplaats de revue: "Getrouwd, huis, hond, tuin, ... wanneer komen de kinderen?" Om maar niet constant uit te hoeven leggen waar we op broedden, werd dit steevast afgewimpeld met excuses zoals: "Sandy studeert nog" of "Een hond is voorlopig voldoende". Ondertussen greep in onze omgeving echter een epidemische zwangerschap om zich heen: Meggy, Daphne, Angela, Deborah, Mieke, ... Per besmetting groeide onze frustratie.
Na meer dan een jaar zag het er even naar uit dat we een voltreffer hadden, maar het enkele blauwe controlestreepje sneed onze blijdschap als een dooie mus. Gelukkig heeft de mens spreekwoorden uitgevonden om het moraal op te krikken, en schier uitzichtloze situaties toch nog van enige hoop te voorzien. In dit geval zou "de aanhouder winnen". Want hoeveel streepjes verkleurden er enkele maanden later? Inderdaad: 2! We waren officieel zwanger! "We", want in een geëmancipeerde maatschappij met "nieuwe mannen" draag je tegenwoordig met zijn tweeën.
Het leed was echter nog niet helemaal geleden. Na het bloedonderzoek, dat de 99,9%-zekere lakmoesproef met een overtreffende 100% bevestigde, volgde een zwijgplicht van 2 maanden. Tenminste, deze tijdspanne wordt algemeen aangeraden om bij misval (waarop in de eerste 3 maanden verhoogde kans is) talloze pijnlijke conversaties te vermijden: "En, hoe ver ben je ondertussen?" *stilte*
Afgezien van deze onaangename connotatie, kan je de eerste 3 maanden ook beschouwen als een bufferperiode waarin je de impact van geleverde prestaties kunt overschouwen en tegelijkertijd kunt nadenken over wie je het hoe, waar en in welke volgorde zal vertellen. Er zal namelijk altijd wel iemand zijn die zich gepasseerd voelt in de berichtgeving. Gelukkig heb ik dankzij deze blog een ideaal excuus: "Ja, ik heb het op mijn blog gezet. Dat is Internet ja. Dat wil zeggen dat heel de wereld het al potentieel weet, alleen jij blijkbaar nog niet."
Doch uiteraard wordt de prioriteitenlijst aangevoerd door de ouders. En om de lat extra hoog te leggen, moet de boodschap zo speciaal mogelijk gebracht worden, en liefst ook nog op een originele manier. Zodoende togen Sandy en ik aan het werk. Terwijl Sandy gelukskoekjesdeeg op het aanrecht uitrolde, verzon ik een een vers waarvan het metrum voor geen meter klopt. Gelukkig rijmde het wel, wat toch een minimale voorwaarde is om van een vers te kunnen spreken: "Het heeft nu lang genoeg geduurd, we hebben de ooievaar naar Eenstraatmetnummer> gestuurd." Het papiertje met het versje verdween in het koekje, dat op zijn beurt in kokende olie tot een min of meer knapperig geheel werd gebakken.
Ik moet bekennen dat ik het idee zelf vrij origineel vond (ook al hebben we in het verleden aan dezelfde personen dankbetuigingen geuit via dezelfde gelukskoekjes), alleen is de praktische uitvoering niet per se vanzelfsprekend. Ten eerste: het papiertje moet opgemerkt worden door de koekjeseter. Indien niet, dan is het gedoemd op te lossen in maagsappen, temidden van de andere koekjesresten. Ten tweede: indien slechts 4 van de 6 koekjes in de schaal een boodschap bevatten, vergt het enig organisatorisch talent om de juiste koekjes bij de bestemmeling te krijgen. Ten derde: aanwezigheid van derden die de overige 2 koekjes consumeren bij de overhandiging, voegt nog een klasse toe aan de moeilijkheidsgraad van de uitvoering.
Om een lang verhaal kort te maken: onze ouders waren natuurlijk in de wolken. En nu Sandy's arbeidsgeneesheer 'verwijdering' heeft aangevraagd (van Sandy op haar werkplek, uiteraard), zal het nieuws zich ook in andere regionen als vanzelf verspreiden. Mocht het de lezer echter nog niet via de geijkte kanalen bereikt hebben, dan mag hij/zij deze blogpost als bericht van kennisgeving beschouwen.


Echo
Edit: Mensen die mij persoonlijk kennen, zullen ook mijn geheugencapaciteiten kunnen inschatten. Zo ook Sandy die mij er fijntjes op wees dat we pas van dit jaar aan het proberen zijn. Dat is bij deze dus ... euh ... rechtgezet.

Labels: ,

Valid XHTML 1.0 Strict Correct CSS! Add to Technorati Favorites