Geen bal

zondag, november 18, 2007

Al enkele maanden geleden, ruim drie om niet zo precies te zijn, had ons jaarlijkse kinderkamp plaats. Met 'ons' bedoel ik dan: alle mensen die zo gek zijn om vrijwillig 12 dagen een vakantie te nemen die er geen is. Toegegeven, het is goedkoper dan de gemiddelde Centerparcstrip, maar ook lichtelijk uitputtender. Op dergelijke kampen is het namelijk de bedoeling dat valide en -andersvalide kinderen samen 10 onvergetelijke dagen beleven waarbij nachtrust voor de begeleiding een vies woord is.
Het kamp gaat desalniettemin gedrenkt in een bijna sektarische gezelligheid die iedereen aan het eind doet beloven mekaar snel weer terug te zien. Omdat we beseffen dat zo'n belofte zelden waar wordt gemaakt, organiseren we al even jaarlijks het 'Terugkombal'. De trouwe lezer is hier wellicht al mee bekend. Blijft u echter vooral doorlezen, het promopraatje is zo voorbij.
Op het bal zijn ook andere vrijwilligerswerkingen uitgenodigd, wat meestal resulteert in een allegaartje van heen-en-weer-wiegende mongolen en rollend materieel. Ik noem nu het sydnroom van Down en rolstoelers als pars pro toto, daar menigeen er een mentale projectie bij heeft, maar in feite staan onze vakanties open voor alles met een IQ tussen 0 en 1000.
Nu, de laatste jaren neemt, om ons nog onbekende redenen, de populariteit van het bal af. Als de omzet de frieten van de vrijwilligers en de huur van de zaal dekt, spreken we van een geslaagde avond. Het pijnlijkst is dit voor de deelnemers die naar een vette fuif menen te komen en in een halflege zaal stranden. Alsof je maanden uitkijkt naar dat concert van DJ Tiësto, en het dan met herhaling op MTV moet stellen. Verondersteld dat je de muziek van Dhr Verwest naar hoge waarde schat, uiteraard. Ik ben geen alleszins geen fan, maar John Miles als voorbeeld was zo ongeloofwaardig geweest. Niet dat ik dan wel spontaan een vreugdedans lanceer bij "Music was my first love", maar ik dwaal af. Om kort te gaan: een zaal voor 500 personen doet wat troosteloos aan met de aanwezige 50 man.
Ik besluit dan maar even een praatje te slaan met die ene aanwezige mentaal andersvalide deelnemer aan ons kamp. X is een beetje een schuchtere jongen, die echter wel voor een dans te porren is. Letterlijk dan, want uit zichzelf zoekt hij de dansvloer niet op. Hij vertelt over die jongen op het internaat die de leerkracht geslagen heeft. En nu is die jongen geschorst. Er zijn blijkbaar wel vaker problemen met het kereltje, want die jongen heeft ook ooit gezegd dat de klas van X allemaal mongolen waren. Pars pro toto, monkel ik bij mezelf.
De avond kabbelt langzaam voorbij, als ik word aangeklampt door een licht ontzette vrijwilligster. Ze int al de hele avond de schaarse inkomgelden en had dus goed zicht op de aanwezigen. Nu heeft ze Y al een tijdje niet meer gesignaleerd.
Een kleine achtergrondschets van Y is hier op zijn plaats. Hij is een beetje een meubelstuk van het bal. Een vast waarde waar ik geen absoluut IQ op kan plakken, maar het elementair Nederlands waar hij zich van bedient, komt er half grommend, half mompelend uit. Ik versta het niet altijd, maar dat kan volledig aan mijn desintegrerende middenoren liggen.
Y giet ook graag een pint bier naar binnen. Of twee, drie, vier... how, stop, geen alchohol meer voor die jongen! Enfin, tegen dan heeft-ie meestal al joviaal tegen enkele vrouwenbillen gekletst.
Ik maak me niet meteen ongerust over Y's verdwijning. In het begin van de avond was hij al een half uur zoek. Terwijl ik zijn naam op de toiletten riep, kwam hij toen doodgemoedereerd het hokje uit waaien, zijn broeksriem aanspannend onder een geërgerd "Wat is't?"
Zodoende sta ik even later weer op de sanitaire voorzieningen zijn naam te scanderen. Deze keer geen antwoord. Y blijkt echt verdwenen. We besluiten het aanpalende café te checken, en ja hoor. Door het matglazen figuur op de deur ontwaren we het onmiskenbare silhouet van een tooghangende Y.
Helemaal ongelijk kan ik hem niet geven. Terwijl de fuif in 'volle gang' was, heeft hij meermaals geïnformeerd wanneer het ging beginnen. Ons teleurstellend 'jamaar, het is al bezig', moet hem moegetergd hebben.
Y's vastberadenheid indachtig, sla ik een amicale arm om hem heen en tracht ik hem rustig maar duidelijk te overreden ons te vervoegen. Mijn perfect gerichte overtuigingskracht ketst echter af op zijn kogelvrije logica. In het café is het veel gezelliger.
Dan richt ik mij naar de barkeeper, die ongetwijfeld vreemd opgekeken moet hebben bij Y's binnenkomst. Op mijn vraag, antwoordt de kerel wat Y achter de kiezen heeft: "Twee Westmalles". Mijn trieste blik houdt halt bij het onbestemde glas bier dat nu voor Y staat. Zijnde geen Westmalle.
Ik sta nu zelf voor de hartverscheurende keuze: iemand halen waarvan ik weet dat die Y kan overtuigen of me samen met Y laveloos zuipen. Vliegensvlug elimineert mijn verstand die laatste optie. Irritant verantwoordelijkheidsgevoel ook!

Labels: ,

Busje komt zo

woensdag, september 05, 2007

De bus, het lijkt wel de uitgelezen plek om in een beschermde omgeving marginalen te ontmoeten. Nu ja, beschermd... Guido Demoor had dit waarschijnlijk ook anders ingeschat.
Ik heb in ieder geval plaatsgenomen op de achterbank die de volledige breedte van het voertuig beslaat, en leun mijn hoofd met gesloten ogen tegen de trillende zijwand. Dan komt plots een zenuwachtig type van halverwege de twintig naar achter gesneld. Met de coffeeshops op de achtergrond, is het niet zo vreemd dat aan deze halte wat eigenaardiger volk opstapt. Met een klein wit hondje op zijn arm doet het figuur druk gesticulerend zijn verhaal tegen enkele jongens die bij hem lopen. Ik schat in dat ze de driftkikker per ongeluk kennen, want hun bedaardheid staat in schril contrast.
De groep vleit zich in de zetels rond mij, het opgewonden heerschap vlak langs mij.
"Dat hij iemand van zijn eigen leeftijd neemt! Die jong is 15 jaar ofzo!" De aanleiding voor dit vurig betoog heb ik jammer genoeg gemist, maar de kerel verzekert de omzittenden dat hij niet bang is om te vechten. "Ik begraaf mijn moeder als ik lieg!" klinkt het in onvervalst Genks. Voor wie het accent niet kent: stel u een Marokkaan voor die net te lang in België woont en met een Italiaanse tongval praat.
"Ik begraaf mijn moeder als ik lieg" is het soort belofte dat ik nooit in de mond zou nemen, zelfs al was ik zeker van de waarheid. Met het bezigen van dit soort toezeggingen plaats je jezelf, wat mij betreft, toch wel in een hokje. Een hokje waarvan ik meestal liever heb dat de deur op slot blijft.
Omdat het beter voorkomen is dan genezen, vermijd ik elk oogcontact met het opgefokt karakter en veins ik desinteresse. Wie weet is de snuiter in staat toe te slaan, zoals een schijnbaar brave, maar gevaarlijk stille hond die plots een toevallige voorbijganger tot maaltijd reduceert. Nu goed, men pleegt te zeggen dat blaffende honden niet bijten, meestal echter vlak voordat het zover is.
De monoloog gaat nog even voort terwijl de kerel zijn op en neer tikkende schoen langzaam mijn richting uit wipt. Haast ongemerkt verleg ik mijn been om enig fysiek contact te vermijden. Je weet immers nooit waar dat de voorbode van kan zijn.
De bus stopt. Mijn halte blijkt gelukkig niet zijn halte. Zo nonchalant mogelijk wring ik me naar de uitgang van het volle voertuig.
In het betonnen bushokje kan ik wachten op mijn overstap. Deze keer naast een mijnheer die volgens mij al enige tijd geen douche meer heeft gezien, ook niet van ver. Zijn halflange grijze haar hangt een beetje troosteloos verschillende kanten op, vluchtend van de vuile ellende. Alle acties die de man pleegt, verlopen bedachtzaam, alsof hij met bruuskeren iets kapot kan maken; zijn leven bijvoorbeeld. Langzaam tast het sujet naar de plastic supermarktzak aan zijn zij. Als hij recht gaat staan, meen ik de inhoud ervan te kunnen raden. Ik zet mijn geld op ethanolhoudend vocht en de kerel is volgens mij een professioneel liefhebber.
Als een tiener die dronken thuiskomt en met zo stabiel mogelijke gang langs zijn ouders (shit, ze zijn nog wakker) doorwandelt, aldus poogt de dronkaard zich statig over de bushalte te bewegen. Zijn tergend tempo en niettemin wankele tred verraden echter de inspanning die hem dat kost. Deze man heeft volgens mij, ofwel niemand om voor thuis te komen, ofwel iemand waar je liever niet nuchter voor thuiskomt.
Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat het wel eens anders is, maar op zo een moment ben ik blij dat ik over 10 minuten mijn vrouw en kind weer zie. Nuchter.

Labels: ,

Als een paal ver boven theewater

maandag, juli 16, 2007

In de voorbije weekendagenda staat een dubbelslag opgetekend. Terwijl we vrijdagavond inzetten middels de onderhand beruchte straatbarbecue, wordt de lijn zaterdag doorgetrokken met een vrijgezellenavond. Met dit tweeledig risico op dronkenschap in het achterhoofd, besluit ik me vrijdag temidden van de buren een beetje in te houden. Bovendien moet ik mijn babysittende schoonouders later op de avond nog onder ogen komen. Daarom schuif ik, het ouzo-debacle indachtig, het nochtans zeer kleine glaasje sterke drank opzij. Echter niet alvorens toch een slok achterover te slaan. Het trauma wortelt echter dusdanig diep, dat mijn maag het daaropvolgende halfuur op mij moppert. Sorry, ik zal het niet meer doen... vandaag.
Als ik de volgende ochtend mijn ogen open doe, weet ik tot mijn eigen opluchting nog precies hoe ik thuis ben geraakt. Dat houdt in dat ik op de vrijgezellenpartij voluit kan gaan, ook al omdat Sandy met de dames meegaat en de autosleutels beheert.
In de vroege namiddag stelt een survival al meteen de mannelijkheid van de aanwezigen op de proef. Met 8 man op een wiebelende boomstam balanceren is nog grappig, zelfs als je er voor de 20e keer vanaf dondert. Maar een huizenhoge paal opklimmen, op de top balanceren en jezelf klemvast lanceren naar een bungelende baal, is andere koek. Het helpt ook niet dat de dikke 6 meter, vanop de paal zelf gezien, ineens factor 3 hoger lijkt.
Voor degenen die tegen dan hun broek nog niet vol hebben, is er ook een soort bungeejump zonder elastiek. Men klimme naar het hoogste punt in de omtrek, ettelijke meters boven de begane grond, en neme plaats op het miniscuul houten plateautje alwaar de vriendelijke begeleider een touw aanknoopt. Twee houten palen iets verderop houden het touw aan de uiteinden vast. Of dat hoop je toch. Omdat je niet uit jezelf springt, krijg je vervolgens een duw waardoor je sloopkogelgewijs heen en weer door de lucht slingert. Na een korte vrij val, snokt het touw dusdanig aan je harnas rond middel en benen, dat je notenzakje nog wat strakker bij elkaar gebonden wordt. De mannen met een kinderwens houden het volgens mij best bij 1 rit.
Tot dan toe is er, ik vermoed terecht, geen alcohol toegelaten, maar dat wordt na de ativiteit ruimschoots goedgemaakt op het aanpalende terras. Het prachtige domein is bovendien voorzien van een prachtige zwemvijver, en ja, wat verwacht je dan op zo'n vrijgezellenfeest? De arme stakker van het genootschap moet eraan geloven. Ondanks herhaaldelijk expliciet verzoek van verschillende disgenoten, duikt de oberes - men heeft inmiddels uitgevogeld dat ze Melina heet - er jammer genoeg niet achteraan.
Niet getreurd, de eerste alcohol heeft gevloeid en vele liters meer staan op de planning. In een naburig dorp is immers een café-tocht met opdrachten uitgestippeld. Nuja, tocht... al snel blijkt de hoeveelheid café's het grootste struikelblok. De café-tocht wordt noodgedwongen omgezet naar een cafébezoek. Dat weerhoudt onze vrijgezel er hoegenaamd niet van zich voortreffelijk van zijn opdracht te kwijten. De ongelukkige moet condooms verkopen aan 2 EUR per stuk en verzamelt aldus op een uurtje tijd een kleine 60 EUR. Op de een of andere manier bereikt hij een zeer breed publiek, dat zelfs bereid is strings van hem te kopen voor 5 EUR. Nu goed, als je erin bestaat 2 weken voor je trouw de ringen te regelen, heb je wel wat onderhandelingstalent in je mars. De afzet is dermate groot, dat het organiserend comité extra condooms bij de plaatselijke nachtwinkel dient te bemachtigen. Is de macht van de katholieke kerk dan toch tanende?
De laatste statie van de calvarietocht is een bekende dancing uit het boerenmilieu. Ik heb mij laten vertellendat groenrubberen laarzen tot de gangbare dresscode horen en dat een pikdorser op de parking niet vreemd is. Vlak voordat we binnengaan, communiceren we de laatste opdracht inclusief praktijkvoorbeeld. Iemand tovert een doos Veet Koude Wasstrips uit een zak, voor droog gebruik, en drukt twee plakken melkwit papier aan op de harige benen van onze vrijgezel. Wanneer men de vellen met een ruk verwijdert, doen de daarop volgende kreten het ergste vermoeden. Dit doet pijn. Heel veel pijn. Goed zo! In de discotheek moet de sukkelaar hetzelfde ritueel door willekeurige vrouwen laten voltrekken, zodat ze hun telefoonnummer op een glad stuk been kunnen achterlaten.
Al binnenwandelend bereid ik me voor op de misprijzende blikken van andere discotheekgangers. De keren in mijn leven dat ik een danstent bezocht, ze zijn op 1 hand te tellen, was ik niet bijzonder onder indruk van de hartelijkheid van het aanwezige publiek. Ik druk me eufemistisch uit. Eén blik in de verkeerde bloeddoorlopen ogen leek er één pak slaag te garanderen. Hier gelukkig niets van dit alles.
Enkele stappen ver in het etablissement, botsen we op een verhoogd stukje dansvloer waaruit een stalen paal torent. Ofwel is het de bedoeling dat hier professionele paaldanseressen hun ding doen, ofwel dient het plateau als persoonlijke expositieruimte van vermarktbare dames. Al snel blijkt het laatste. Enkele zeer jonge dames, waarvan ik de legaliteit van hun aanwezigheid in twijfel durf te trekken, heisen zich op het podium en kringelen rond de paal. Dat is blijkbaar het signaal voor de tent om alle registers open te trekken. Een goed verstopte douchekop besproeit de waandanseressen tot ze "wetlook" zijn. Toch heb ik geen spijt dat ik niet 10 jaar jonger ben en vrijgezel. Eén van de dames heeft namelijk een postuur dat in mijn hoofd, misschien niet helemaal gefundeerd, de vergelijking met een aangestrande walvis doorstaat die, via ongecontroleerde en uitdeinende buikbewegingen, terug richting zee kronkelt. Vandaar natuurlijk ook de sproeikop, om het beest vochtig te houden.
En dat ze een beest is, bewijst ze als ze later op de avond, terwijl ik nietsvermoedend met mijn rug naar het platform sta, quasi-zwoel - ik herhaal: quasi - haar armen langs mij heen laat gaan. Ik kijk angstig rond, maar Sandy, die ondertussen al arriveerde, is niet in de buurt om mij te redden. Ondanks het vele gerstenat, heb ik gelukkig nog de tegenwoordigheid van geest om, zij het ernstig verschrikt, zo subtiel mogelijk een positie elders in te nemen.
Ik gooi er ter kalmering nog een biertje achteraan.
Het kan dat glas zijn, of één van de paar consumpties daarna, maar eentje was er te veel aan. Onderweg naar huis val ik in de auto als een blok in slaap, maar word ik halverwege wakker. Ik gebied Sandy te stoppen, zwaai de deur open en geef terug aan moeder aarde wat ik haar onrechtstreeks ontnomen heb. Geërgerd reikt Sandy mij een fles water aan die ik aan mijn lippen zet. "Het gaat makkelijker als je eerst de dop eraf schroeft", bijt ze mij toe. Na dit laatste wapenfeit sluit ik de fles en de avond in een diepe subcoma.

Labels: , ,

Euroshoppersherry

dinsdag, mei 15, 2007

Ik strek mijn armen en van de weeromstuit rolt mijn bureaustoel achteruit. Normaal zou ik mij nu bij wijze van middagpauze wagen aan een virtueel potje voetbal op de Xbox, maar vandaag niet. Ik heb nog enkele logistiek obligaties op stapel staan met het oog op een nakende bevalling.
Aldus stap ik even later de Albert Heijn binnen. Ik wurm door het ijzeren poortje voorbij een oude vrouw die niet lijkt te kunnen beslissen of ze voor het blauwe, het blauwe of het blauwe boodschappenmandje zal kiezen. Ach, later als ik oud en versleten ben, zal wellicht de wereld ook voor mij op halve snelheid draaien.
Aan de andere kant van de winkel staat het strooibeleg mij al op te wachten. Ik schiet ernaar toe en gris een doosje roze muisjes van het rek en grijp er een doosje blauwe achteraan. Naar Nederlandse traditie zullen we bij de introductie van de nieuwe Kalders één van de twee kleuren op beschuit serveren: blauw bij een jongetje en roze bij een meisje. Maar aangezien het geslacht nog onbekend is, gok ik vooralsnog op twee paarden.
Met de twee kartonnen doosjes in één hand snel ik vervolgens naar de kassa. Een paar meter voor ik daar aankom, schuifelt er een nog maar half mobiele man in mijn baan. Zijn stekende vuilgrijze haren doen me denken aan Catweazle. Ze wijzen in plukken weg van zijn hoofd, als de stralen rond de zon, al vermoed ik dat de man al enige tijd de zon niet meer bewust heeft meegemaakt.
Als ik zijn jeansbroek monster, bemerk ik een paar gaten die ik eerder aan slijtage dan aan mode wijt. Redelijk zeker word ik daarvan, wanneer ik de vochtige plek ontwaar die zijn achterwerk donker kleurt.
Ik besluit de geur te trotseren en de man in te halen. Hierbij kijk ik onwillekeurig achterom. De vochtige plek is ook aanwezig rond zijn kruis. De man sloft nog steeds richting kassa, zijn hoofd in een universum dat draait rond de fles Sherry die hij krampachtig in zijn rechterhand klemt. Van budgetmerk Euroshopper is de fles. Het zou me niet verbazen mocht die keuze tot stand zijn gekomen na zorgvuldig marktonderzoek. Via wareninspectie concludeerde de eenzame onderzoeker: "Dit merk bezorgt u de snelste en prettigste roes tegen een meer dan aanvaardbare literprijs"
Als ik zulke individuen zie, vraag ik mij altijd af waar het is misgegaan. Misschien heeft deze man wel één of ander onontgonnen talent dat altijd onopgemerkt is gebleven. Vincent van Gogh verdiende ook geen geld met zijn eigen schilderijen en ging ook ten onder aan de drank. Of misschien had het drankorgel vroeger een florissant bedrijf dat nu failliet is. Ik besluit de pijnlijke confrontatie te mijden en het maar niet te vragen. Wie weet is de man gewoon een onverbeterlijke loser.
Terwijl ik afreken met plastic geld, zie ik de dronkaard vijftig euro opduikelen. Zou hij dan toch een parallel leven hebben waar hij zijn hobby mee bekostigt? Of depriveert hij op onbewaakte nuchtere momenten nietsvermoedende toeristen van hun beurs? Ik sta in ieder geval versteld van zijn discipline om slechts één fles te kopen. Evenwel doet hij dit enkel uit praktische overweging, namelijk dat hij nog slechts in staat is één fles vast te houden.
Het sujet sjokt voorbij de lopende boodschappenband en de kassajuffrouw kijkt niet eens vreemd op. Waarschijnlijk omdat het een déjà vu is. Ik weet in ieder geval welk beeld mij voor ogen zal staan als mijn kind ooit thuiskomt met een fles Euroshoppersherry. Die zal hij onverhoeds terug mogen brengen. Dure vodka, elitaire wijn, het maakt mij niks uit. Maar geen Euroshoppersherry!

Labels: , ,

Ouzo?

zondag, januari 07, 2007

Ik word wakker met een licht zeurende hoofdpijn. Het was zeer gezellig gisteren. Maar hoe ben ik eigenlijk thuisgeraakt? Het begon allemaal met de nieuwjaarsreceptie van onze straat. Die receptie moet de financiële restjes van de jaarlijkse zomerbarbecue opsouperen. Ik herinner me nog glashelder mijn intrede en het verplichte goedewensenrondje. De meeste vaste waarden zijn op post: de drummer, de Galliaar, de 'Mestreechse' ambtenaar, de coffeeshopeigenaar ... De eerste 33cl Jupiler wordt in mijn handen geduwd. Een beetje onwennig schuifel ik ergens bij. Hoewel ik de meeste aanwezigen ondertussen al meermaals gezien heb, is een gesprek initiëren zonder invloed nog moeilijk. Niet veel later zet ik dan ook het tweede flesje gerstenat aan mijn lippen. Omdat de opener aan de andere kant van de feesttent ligt, sla ik de kroonkurk eraf met behulp van een bierbak. Dit principe werkt enkele flesjes lang, maar daarna moet ik hulp van derden inroepen.
Tot overmaat van ramp komt "de oude Griek" triomfantelijk binnenzetten met een fles ijsgekoelde ouzo. De restauranthouder weet precies wat een feestje nodig heeft en deelt kwistig plastieken borrelbekertjes uit. Ik ben niet de man om zo'n aanbod af te slaan, maar besef dat dit de doodsteek is voor mijn laatste stukje nuchtere zelf. Vanaf nu slaan mijn hersenen geen vertier meer op, zodat ik 's anderendaags het raden heb naar het einde van de avond.
Terwijl ik 's ochtends langzaam mijn ogen probeer open te trekken, schieten er toch wat vage herinneringen heen en weer. Er was iets met overgeven. Oh ja, ik heb boven de pot gehangen. Veel meer informatie kan ik echter niet losweken. Sandy, die rond 00u00 terug was van de nieuwjaarsborrel van haar werk, helpt me: "Toen ik thuiskwam, lag je broek op bed, en jij erlangs met je T-shirt aan". Hmm, ik? Om 00u00 al thuis van een feest? Dat moet een vergissing zijn.
Na verscheidene pogingen om mij op de zetel in de logeerkamer te dwingen, heeft ze zich schijnbaar toch maar te slapen gelegd langs mijn gesnurk. Ik merk dat de lieve schat ook een emmer langs mijn zijde van het bed heeft geplaatst. Voorzichtig buig ik me over de rand om de inhoud te monsteren. Mijn vrees wordt gelukkig geen bewaarheid: leeg.
De rest van de dag ben ik opvallend stil. "Erg moe", maak ik mezelf en Sandy wijs. Maar stiekem weet ik natuurlijk dat de alcohol mijn vochtreserves heeft uitgeput. De fles water die ik achteroversla zal de lichte hoofdpijn niet meteen temperen.
Nota aan mezelf: bier met sterke drank is fataal. Laat je dit geen 3e (jawel!) keer gebeuren.

Labels: , ,

Veiligheid voorop

zondag, december 17, 2006

Het is de eindejaarsperiode, een tijd van bezinning en diepgang, zowel spiritueel als economisch. Hier horen ook de eindejaarsfeestjes bij, verguisd door sommigen, gekoesterd door anderen.
Ik keek in ieder geval al uit naar ons personeelsfeestje dat donderdag plaatsvond. Het woord "Personeelsfeest" doet het gebeuren eigenlijk oneer aan, want dat klinkt alsof een horde gepeupel van de werkvloer eindelijk loos mag gaan. Nu ik hem zo formuleer, zit die definitie er eigenlijk niet eens zo heel ver naast, alleen dat het woord "personeel" een beetje vloekt met de informele werksfeer.
Om de avond in te zetten, gingen we elkaar virtueel afknallen met lasergeweren. We kregen alle negen een alter ego-harnas aangemeten. Als je naar onder keek, kon je op het verlicht display nog net je alternatieve naam lezen. Als Rocky IV stapte ik in colonne moedig een donkere grot binnen. Verdeeld in 2 groepen kregen we 30 seconden de tijd om ons te verspreiden.
Gespeend van enig tactisch inzicht, kampeerde ik ergens achter een houten schot. De 30 seconden tikten weg en de waanoorlog kon beginnen. In een complex van obscure mergelgangen, houten constructies en geheime tunnels bestookten we elkaar 20 minuten lang met infraroodkogels. We hadden er 10000 per man, dus dat moest volstaan. Zonder een duidelijke strategie schoot ik op alles wat bewoog, wat inhield dat meerdere ploegmaten een kortstondige dood stierven.
De overgave waarmee een stelletje volwassenen zich verliezen in dit kinderlijk vertier, is eigenlijk best aandoenlijk. Het is zowaar de ultieme vorm van soldaatje spelen, maar dan in zijn meest onschadelijke vorm.
Alhoewel, onschadelijk? Getuige het volgende rondje. Het plezier had immers zulke hoge toppen bereikt, dat men besloot nog een oorlog uit te vechten, ditmaal tegen 11 toevallig aanwezige Duitsers. Dat trof, want zowel Nederland als België hadden nog een historische schuld te vereffenen. De inzet was dus duidelijk, verliezen was geen optie. Fanatiek stormden we weer het donker in, alwaar een spervuur aan lasers losbarstte. Gebeten dook mijn baas een hoek om. Althans, hij dook ergens om waarvan hij vermoedde dat het een hoek was, maar in realiteit ging het om een muur die iets minder virtueel was dan onze munitie. Toen 20 minuten later de wapenstilstand werd afgekondigd, betrad hij dan ook de verzamelplaats met een groot ei op zijn kaal voorhoofd. Hij zal er vast nog een week mee uitgelachen worden.
We togen naar Maastricht centrum om het leed te verdrinken. In een bruin stamcafé van de andere directeur (we hebben er 2) legden we een bodem van carpaccio, everzwijnpaté, pepersteak en/of pasta met zalm. Het gastronomisch luik van de avond was "dik in orde". Om het kroegentochtgevoel op te roepen, werd na wat biertjes ook het andere stamcafé van de baas bezocht. Voor de deur werd echter al duidelijk dat we niet tot het doelpubliek behoorden. Door de glazen wanden toonde zich een steriel witte gelegenheid met rode sfeerverlichting waar de gesofisticeerde aanwezigen zich ongetwijfeld thuisvoelden. Als er al iemand jonger dan 25 aanwezig was, maakte die deel uit van onze groep. Verder stelde ik vast dat wij de enigen in het pand waren die geen kraag droegen. Na 1 drankje besloten we daarom terug naar "de Dikke" te gaan.
Maar ook daar duurde het plezier niet lang, want iemand heeft ooit beslist dat in Maastricht alles om 2u00 moet sluiten. Iets met nachtlawaai, vermoed ik. Alles moet dus om 2u00 sluiten, behalve 2 tenten van de laatste hoop. Ik vermoed dat ze een meterdikke muur hebben of zo, om de dreunende bassen in de kiem te smoren. Er zal vast een reden zijn voor hun speciale status.
Wat ondertussen overbleef van onze groep, een vijftal man, zigzagde dan maar die richting uit. Aan de ingang van de Alla ontwaarde ik een kleerkast die instond voor de veiligheid. Dit vermeldde hij zelf ook expliciet, wanneer nietsvermoedende klanten het pand trachtten te verlaten. Het is bij de exit van dit soort etablissementen immers de gewoonte om de deurbewaarders een zakcentje toe te stoppen. Bij het verzaken hiervan, zag ik, hield de vriendelijke doch strenge mijnheer je tegen met de melding: "Denk aan uw veiligheid". Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat de man bereid was, indien nodig, eventueel zelf een onveiligheidsgevoel erin te timmeren.
Tegen 3u30 besloten we dat het welletjes was en planden we voor 3 man, mij incluis, een taxi. Nog even geld hiervoor afhalen. Terwijl de baas onder de ING-verlichting wat met mij staat te lallen, houdt hij zijn hand voor een opening om de uitgespuwde bankkaart op te vangen. Hoewel hij normaal wel juist zit - hij heeft al 1 kind - viseert hij het verkeerde gat. Ik wijs hem hierop, en terwijl hij naar het juiste gat grijpt, slikt de automaat de kaart terug in. Verbijsterd gapen we eerst de flappentap en daarna elkaar aan. Hoop en al 5 seconden duurt het schijnbaar voordat een computer beslist dat je te traag bent. Het doet mij inzien waarom bejaarden zoveel cash geld op zak hebben. Niet getreurd echter, want een beetje bedrijfsleider tovert zo nog een paar kaarten uit zijn beurs.
Goede gat gevonden, taxi naar huis en als een blok in slaap vallen. Om de volgende ochtend terug wakker geschopt te worden door je vrouw: "Werken!". En dan op de zaak constateren dat je de enige bent die blijkbaar zo vroeg uit zijn nest is geraakt. Wat een ontnuchtering. De wereld is niet eerlijk.

Labels: ,

Pinoccio

maandag, november 06, 2006

Zaterdag hebben we de zoveelste vrijgezellenparty in onze vriendenkring gehad. Eén voor één lijken bevriende koppels aldus toe te treden tot de Orde van de Burgerlijkheid. Toch was er iets atypisch aan de feestelijkheden deze keer:
  1. Beide partners waren aanwezig (doorgaans wordt er apart huisgehouden)
  2. Het tweetal was al getrouwd

Deze omgekeerde wereld was het gevolg van agendaproblematiek die ons voor het dilemma stelde: geen vrijgezellenavond of een "after-vrijgezellenavond". Altijd in voor klein of groot feestgedruis, kozen alle betrokkenen voor het laatste.
De bodem voor de avond werd gelegd in een etablissement toebehorend aan de ouders van de bruidegom. Ik weet niet zeker of het daaraan lag, maar de hoeveelheden frieten en spaghetti die over tafel schoven, deden vermoeden dat de kok bij Jezus in de leer was geweest.
Terend op dit stevige fundament, zetten we het meer drankgerichte deel van de avond in op de plaatselijke bowlingbaan. Drie blinkende glijbanen glommen ons tegemoet. Om al deze praal niet te bruuskeren, drong de organisatie met zachte dwang aan op aangepast schoeisel. Dienaangaande was er een volledige muur duiventilgewijs ingericht. We plukten om de beurt onze eigen maat modieus blauw-rode schoenen uit de hokjes, en betraden de arena.
Op de baan naast ons sleurden reeds een aantal kinderen met veel te zware ballen. Wegens de aantrekkingskracht tussen de ongeleide projectielen en de goten, waren er bumpers voorzien. Deze metalen strips kwamen te gepasten tijde automatisch opzetten en gingen weer liggen, zodat de meer ervaren speler toch onverminderd zijn kunde tentoon kon spreiden. De bumpers ten spijt, slaagde één van de kinderen er wonderwel in de bal tussen de bumper en de zijkant van de baan te stuiteren, wat toch wel een opmerkelijke prestatie genoemd mag worden.
Daarmee wil ik overigens niet afdingen op de verdiensten van onze eigen bowlers. Minstens een clown en een professionele balletdanseres zijn verloren gegaan aan het gezelschap. Qua opwarmer kon het alleszins tellen, want de avond was nog jong.
Dit in tegenstelling tot het publiek in de volgende statie. We hielden halt in een grote gelegenheid die een marktsegment aanboorde dat cynici misschien zouden omschrijven als 'terminaal'. Omdat ik respect hebt voor alle lagen van de bevolking zal ik dat niet doen. Toch valt het niet te ontkennen dat we als groep enigszins uit de toon vielen. Getuige daarvan het aantal hoofden dat onze richting uit draaide tijdens de entree. Als er iemand ons niet heeft zien binnenkomen, zal het zijn omdat zijn of haar gebit net in de koffie viel. De doelgroep was trouwens zo massaal aanwezig dat een plaats veroveren niet evident was. Gelukkig wisselde een grootmoedige dame van formaat van stoel en creëerde zodoende twee extra zitplaatsen voor ons. Ondertussen ebden slechts langzaam de priemende blikken van de thuisspelers weg, maar na 1 consumptie onder begeleiding van Frans Bauer en verwante Heimatmuzik gaven we ons alsnog gewonnen.
Tijd voor nieuwe oorden. Het eindstation bleek een thematisch danscafé te betreffen, waarbij 'schip' het sleutelwoord was. Houten stuurwielen versierden de muren, een versnellingsbak voor schepen (de echte term is mij onbekend) pronkte voor het raam en op gezette tijden klingelde men achter de toog de ... euh ... scheepsbel. Tevergeefs wachtten wij na dit geluid het gratis rondje af, maar de toogdames wisten ons te vertellen dat alleen in Nederland een belsignaal een tournée generale inluidt. Hun geklingel was puur vermaak. Jammer.
Ik vermoed dat de dames ingehuurd waren op basis van een profielschets: "Café zkt blnd dm". Met contrasterende jeugdige klederdracht en dito blonde lokken dienden ze als aas voor de vele vrijgezellen die hier ongetwijfeld rondscharrelden. Al te enthousiast clienteel kon eventueel gemakkelijk de kop ingedrukt worden door de nadrukkelijk aanwezige security. De twee man leken een beetje overkill, maar dat kan volledig liggen aan hun formaat en de totaal beschikbare ruimte.
Enfin, we lieten de drank rijkelijk vloeien, al betrof het door het aantal bobs, zwangere vrouwen en moeders vooral cola of koffie. Het deel van het gezelschap dat alcohol nuttigde, vulde naarmate de avond vorderde de dansvloer of viel in slaap. Het pinocciogevoel van de volgende ochtend, nam ik er graag bij, want het houten hoofd was voor een goed doel geweest. En daar ben ik nu eenmaal altijd voor te vinden.

Labels: , ,

Valid XHTML 1.0 Strict Correct CSS! Add to Technorati Favorites