Rijmplek

donderdag, december 13, 2007

Een mens doet soms dingen waar hij niet trots op is. Het geschiedt in een onbewaakt moment, wanneer niemand het eigenlijk verwacht. Ik ga niet teveel rond de pot draaien en maar meteen bekennen. Ik ben naar een concert van Clouseau geweest. De verzachte omstandigheid was dat het onder sociale pressie van mijn vrienden gebeurde. Het delict werd voltrokken in het vermaledijde oord van verderf, genaamd Sportpaleis.
"Waarom vermaledijd?", vraagt u zich misschien af. Wel, omdat daar jaarlijks dat andere festival van dubieuze smaak plaatsvindt, beter bekend onder de naam Night of the Proms. Has-been legendes revivalen er aan de lopende band, onder andere omdat men er kwaliteit pleegt te verwarren met kwantiteit. Maar ook omdat de sof John Miles graag de draak "Music was my First Love" komt afsteken. Als hij dat nu maar gewoon met een zwaard deed.
Versta me niet verkeerd, ik minimaliseer het muzikaal talent niet. Ik vind het enkel zonde dat het zo geabuseerd wordt. Tien jaar lang bij de Comme Chez Soi gaan eten met een invariabele menukaart, gaat ook vervelen.
Edoch genoeg pejoratieven. Ik ben dus naar Clouseau geweest op staanplaatsen van 21 Euro. Nuja, 22,5 Euro omdat er toch wat aan de strijkstok moet blijven hangen. Administratieve kosten heet dat. Het is mij alleen niet helemaal duidelijk waarom die kost forfaitair per kaart aantikt, zelfs als je er veertien bestelt die samen in één envelop opgestuurd worden. Ik vermoed dat het afhandelwicht per kaart haar computer aanzet, de gegevens invoert, en haar computer weer uitzet. Het moet iets van die orde zijn.
Onderweg naar Antwerpen begint, net wanneer het Sportpaleis op 500 meter voor onze neus opdoemt, één van de wagens in de karavaan te roken. Terwijl we midden in de file stoppen voor een inspectie, gooit een voorbijrijdende vrouw haar raampje omlaag. Dat we de boel ophouden. Mevrouw beseft blijkbaar niet hoe verkeersagressie ontstaat. Ik des te meer.
We besluiten de gok te wagen, en zoeken toch een parking op. Foeterend op de schandalige tarieven van 5 Euro, voer ik onze wagen zo'n uitmelkgarage binnen. "V.I.P.-parking" staat er op het bordje naast de vriendelijke allochtoon aan de ingang. Vermoedelijk slaat dat niet op de limousines en het bekende volk, of het gebrek daaraan, maar op de overdekking en het feit dat dat blijkbaar 9 Euro waard is. Hoe de uitbaters nachts slapen 's is me een raadsel, met dergelijke misdaad op het geweten.
Niet veel later komen we ook tot de ontdekking welke betaalbare plaatsen we toegewezen hebben gekregen. De regelmatige concertganger zal weten dat een mens niet voor een dubbeltje (lees: 21 Euro) op de eerste rij kan zitten. Het goede nieuws is daarom dat we niet ver van de zanger zitten, het slechte dat we ongeveer recht in zijn gehoorgang kijken. We laten het niet aan ons hart komen, en vanaf de eerste tonen scanderen onze rangen de liedjes flard voor flard mee.
Niet altijd ter vermaak van het andere publiek. Het is ook niet leuk als je van geen enkel nummer de originele zang meekrijgt. Eén vriend hanteert bovendien een toonhoogte die momenteel nog onderzocht wordt door de NASA. De twee jongetjes vlak voor ons, beiden nog geen tien jaar, werpen regelmatig een vernietigende blik naar achteren. Tot jolijt en stimulatie van ons gezelschap natuurlijk. De meegekomen ouders blijven strak naar voren kijken, denkelijk met onweer op het gezicht en constant hun 90 Euro in vraag stellend.
Van de gevoelige nummers staat geen toon meer overeind als ons zangkoor ze onder handen heeft genomen. Ik hoor mezelf incidenteel vrolijk meebrullen, tot mijn eigen verbazing met sporadische kennis van de tekst. Ja, ik zal maar verder opbiechten, ik ken feitelijk liedjes van Clouseau. En nu we toch bezig zijn: ja, er zitten sterke deuntjes tussen, hoewel ik niet altijd even gecharmeerd ben van de bewoordingen. Hoe serieus kan je het bijvoorbeeld menen, als je volgende lap je strot uit krijgt?

Elke morgen
Heb ik een probleem
Ik kan niet slapen
Ik voel me zo alleen

Behalve van een schrijnende banaliteit, is het geen zuivere volrijm. Ok, assonantie is ook een rijmvorm, maar was het nu zo moeilijk om een mooi rijmwoord voor "probleem" te vinden? Teneinde hier geen ijdele monoloog te voeren, zal ik terstond demonstreren:

Elke morgen
Heb ik een probleem
Ik kan niet slapen
Hoewel ik pillen neem

Ziezo, in hetzelfde metrum, een volwaardige rijm. Bovendien nog veel spannender ook, maar dat is mijn persoonlijk mening.
Clouseau, als u nog een tekstschrijver zoekt, ik ben uw man!

Labels: ,

Gebuisd

dinsdag, december 11, 2007

Onze vijftien minuten roem zijn bijna om. Nog één aflevering van Babyboom, en dan zijn we terug een statistisch element der Vlaamsche demografie. Sta me toe tot dan de zonnebril op te zetten en de horden fans handtekeningen te weigeren.
De commentaren tot nu toe variëren nogal. Niemand in de familie heeft mij openlijk durven uitlachen. Dat kan natuurlijk maar twee dingen betekenen. Welke twee, dat laat ik aan de lezer over.
In de vriendenkring leefde de schroom niet zo. Vooral de eerste beelden openbaarden een Igor en Sandy die een ongeziene houterigheid aan de dag legden. Wat verwacht je ook. Als je tijdens je eerste opnames voor de vierde keer de opwelling moet veinzen om met de hond te wandelen, is het spontane er wel een beetje af. Een beetje zoals je in je hoofd tien verschillende originele openingszinnen repeteert, om met een afknappend "kom je hier vaker?" dat mooie meisje ten dans te vragen.
Ok, een Robert de Niro draait er zijn hand niet voor om, maar net vanwege dat soort verdiensten zit hij niet in de serie. Nu, mijn eigen vrienden slagen erin de bewuste conversatie dermate droog te acteren, dat de Pampers Baby-dry erbij in het niet valt. Hilariteit verzekerd. Bedankt "vrienden"!
En dan zijn er nog de mensen die van hun mening hun broodwinning hebben gemaakt. Het nadeel daarvan is dat je er altijd één moet hebben. Een mening bedoel ik. Zo meent Christophe Vekeman in De Morgen een grappige parallel gevonden te hebben tussen onze omgang met de hond en Sterre. Ik kan er alleen maar om monkelen, niet alleen uit psychologische zelfbescherming, maar omdat ik - toegegeven, op zwaar amateuristisch niveau - weet hoe moeilijk het is wekelijks stelling te nemen. Het is trouwens altíjd dankbaar een satirisch stukje over bevallingsprogramma's te schrijven, net omdat vruchtwater, schaamlippen en tepelkloven zo'n lekkere krachttermen zijn.
Wat me echter dan weer meevalt is dat ons zware Limburgse accent en de schabouwelijke articulatie van zijn scherpe pen gespaard blijven, nochtans vaak genoeg een reden tot gratuit leedvermaak. Vermoedelijk is met de actuele overdaad aan docusoaps de lol daar ook wel een beetje vanaf. Je vindt elke dag wel ergens een Limburger, West-Vlaming of, godbetert, een Antwerpenaar op de buis die het Nederlands op gruwelijke wijze kastijdt. En ik lach ze zelf ook vaak genoeg uit.
"Waarom doe je nu eigenlijk zoiets?" is een veelgestelde vraag. Vooral door mensen die er meteen aan toevoegen dat ze zelf nooit aan zoiets zouden deelnemen. Men doelt dan op het publiek opkloppen van de zielenroerselen. Noem het ijdelheid of zo. Dat, en een heleboel waardebonnen van Molecule. In ieder geval genoeg om een rit van twee uur heen en twee uur terug te verantwoorden. Onze woonplaats en dat vermaledijde koopcentrum zijn namelijk voor België wat de Noordpool en de Zuidpool voor Steve Fosset zijn. Of beter: waren.
Zij het dan dat we in dat winkelcentrum blijkbaar vaker herkend worden dan op het thuisfront. Tijdens ons uitstapje van enkele uren, worden we bijvoorbeeld een vijftal keren aangeklampt door mensen die "ons gisteren op televies gezien hebben". Die ervaring maakt me stukken wijzer over het doelpubliek van het programma. Profiel:
- geslacht: vrouw
- gemiddelde leeftijd: 60
Maar ach, bekendheid is erg relatief. Want 200 km verder in mijn eigen dorp heeft nog niemand gerefereerd aan de publieke performance. Een sponsorship van de plaatselijke supermarkt middels kraagreclame zal er daarom wel niet inzitten, vrees ik. Maar vertel me eens, wat heeft Jean-Marie Pfaff, behalve foute blonde lokken, dat ik niet heb?

Labels: ,

Ouwe zak (nieuwe wijn?)

vrijdag, december 07, 2007

Er was een tijd dat, wanneer je in je kennissenkring verkondigde dat je een dotmatrixprinter bezat, je enkele treden op de sociale ladder steeg. Op die ladder stonden de mensen zonder elektrische huishoudtoestellen helemaal onderaan. Die kant van de ladder is in al die jaren de facto niet veranderd, maar bovenaan heeft men inmiddels flink wat sporten bijgetimmerd.
Laat ik echter even bij die goeie ouwe tijd blijven, toen een kopieermachine nog even zeldzaam was als een Belgisch regeerakkoord. Scholen zetten toen en masse stencilapparaten in voor het fabriceren van hun toetsen. Dat resulteerde in een typische typografie, die je nu alleen nog maar vindt in een bad van nostalgie.
Een stencil kent geen nuance. Het is wit of zwart, maar niet grijs. En als het toch grijs moet zijn, dan maar wit of zwart. Meer dan eens was hierdoor het gaatje van de 'e' pikzwart of plakten twee letters onherkenbaar aan elkaar. Als kind ontgaat de charme van zo'n snerttoets je uiteraard volledig en wel ten koste van de iets meer prangende vraag hoθvθθl θppθls Jθn nog in zijn hθndθn hθθft θls hij θr 2 vθn dθ 3 opθθt.
Ik heb nog persoonlijk mijn vulpeninkt over ettelijk zulk invulblad uitgesmeerd. Dat gebeurde als je met de zijkant van je hand over het vel wreef voordat de inkt droog was. Meestal per ongeluk. Het was dan zaak om met je "tintenkiller" de overvloedige inkt van het papier en van je hand weg te stippen. Stinken dat die stift deed en als direct gevolg ook je hand! Ik vermoed dat die ondingen nog steeds bestaan, ik weet alleen niet in welke geuren.
Het was ook in die tijd, dat ik mijn eerste betaalde job verwierf. Ja, ik was het bijna zelf vergeten, maar ik moet een 9 à 10 jaar geweest zijn - kinderarbeid was iets van de negertjes in Afrika. De wereld bestond in ieder geval nog uit goeden en slechten, en meisjes waren nog gewoon jongens zonder een piemel.
Op de een of andere manier was ik erachter gekomen dat ik geld kon verdienen met het rondbrengen van een lokaal weekkrantje. Dat leverde, als ik het mij goed herinner, 1 volledige Belgische Frank op per bezorgd exemplaar. Aldus crosste ik wekelijks op mijn speciaal daarvoor uitgeruste BMX de hele wijk door, waarbij de truuk eruit bestond in 1 beweging het bundeltje uit de stuurtas te grissen, de brievenbusklep open te zwieren, en het papier door de gleuf te projecteren. Dit alles zonder een voet op de grond te zetten, wat natuurlijk nooit langer dan 3 brievenbussen lukte. Ik heb er mijn BMX-vaardigheden aan overgehouden, als daar zijn: stuur ronddraaien tijdens het rijden, ter plaatse springen, achterstevoren rijden, ...
Toegegeven, dat laatste was niet echt noodzakelijk, maar het stond zo stoer. Wie hier heden graag een demonstratie van zou genieten, moet ik weliswaar teleurstellen. Niet dat ik de behendigheid verloren zou zijn - maakte hij zichzelf wijs - maar thans zou het ronddraaien van een fietsstuur geheid resulteren in een buikvliesruptuur of iets dergelijks. De vetmassa in mijn lichaam verspreidt zich namelijk veelal naar onpraktische plekken.
Nu, het krantje dat ik verspreidde, bevatte vooral lokale annonces. En, zoals wel vaker het geval met lokaal nieuws, die berichtgeving was redelijk schaars. Men volstond er daarom in drie A4-bladen samen te vouwen en in het midden vast te nieten. Dan spreken we van een goed gevulde editie, ik moet zeggen, in een kwaliteit superieur aan de gangbare stencil.
Ter bladvulling werden autochtonen regelmatig aangespoord een verhaal te doen. De relevantie van het relaas was ondergeschikt aan de mooie bladspiegel. Wat veel zegt als je weet dat de bladspiegel er meestal tamelijk beroerd bij lag.
Wekelijks deed ene Meester Johan, die zich duidelijk geïnviteerd voelde door de vele witruimtes, aldus kond van zijn zielenroerselen. Ik noem hem of haar voor het gemak maar even Meester Johan. Dat praat wat makkelijker voor de privacycommissie.
Meester Johan dus persisteerde in zijn zelfopgelegde opdracht, waarbij hij elke week een stukje proza opleverde dat zijn gelijke niet kende. Ik moet eerlijk bekennen dat ik destijds de waarde ervan zelf moeilijk kon inschatten, edoch elke woensdag, op verschijningsdatum, pakte mijn vader het tijdschrift hoofdschuddend ter hand. Ik weet nog steeds niet waarom zijn hoofd het hardste bewoog: de belerende toon waarin gratis levenslessen werden uitgedeeld, of de stijl-, grammatica- en spelfouten waarmee de onderrichting doorspekt was.
Vader had natuurlijk gelijk: je leert niet kantklossen van een metselaar. Meestal toch niet. Anderzijds zijn stropers de beste boswachters. Waarom dat hier niet helemaal lijkt op te gaan, moet ik u even schuldig blijven.
Maar op de keper beschouwd, was die beste man daar aan het bloggen avant la lettre. Ga maar eens na. Hoeveel dorre onzin heb ik op deze site al gepost? Wekelijks! Hoeveel spelfouten hebben reeds voor uw ogen een triomferende rondedans gedaan, soms discreet, soms flagrant? En laten we wel wezen, taal op het net is heden sowieso ondergeschikt aan vorm en inhoud.
Met andere woorden, op een subliminale manier is Meester Johan misschien wel gewoon de geestesvader van het aanhoudend geschrijfsel dat hier in uw gezicht spat.
Daarom, ere wie ere toekomt: Bedankt Meester Johan!

Labels: ,

Eten wat de borst schaft

maandag, december 03, 2007


Hallo allemaal,

Sterre hier. Dat duurt altijd zo lang voordat mijn papa weer iets blogt, dus ik zal het heft maar in eigen handen nemen. En omdat ik nog niet kan spreken, zal ik het maar gewoon typen.
Laat ik beginnen met de vaststelling dat het niet altijd gemakkelijk is om een baby te zijn. Als ik een euro kreeg voor elke keer dat er iemand onnozel boven mij komt hangen en onmogelijke gezichten trekt, dan was ik miljonair. Nu, mijn ouders hebben mij beleefd opgevoed, dus ik lach meestal wel vriendelijk terug. Alleen raken de mensen dan meestal nog meer in extase. Een beetje zoals een kwispelende hond die je aanhaalt en die vervolgens uit blijdschap de hele vloer onderplast.
Zo ver is het gelukkig nog niet gekomen, maar je kan nooit voorzichtig genoeg zijn. Daarom begin ik af en toe ook maar gewoon te huilen. Meestal is het dan snel gedaan met die idiote grimassen.
Papa klaagt ook altijd dat ik een gelukzak ben. Vier keer per dag mag ik aan mama haar borsten komen, terwijl papa's gemiddelde veel lager ligt. Hoeveel precies, wil hij niet zeggen, maar laten we wel wezen: ik ben er ook niet gekomen doordat mama en papa hebben zitten kaartspelen.

Of het trouwens onder druk van papa is, weet ik niet, maar dit weekend hebben ze mij wat anders proberen voor te schotelen dan de gebruikelijke moedermelk. In plaats daarvan propten ze een of ander oranje goedje in mijn mond. Gatverdamme, wat een smerige smurrie was me dat zeg! Ik heb het snel terug uitgespuwd.
Denk je echter dat ze opgaven? Mijn vreselijke grimassen ten spijt, bleven ze maar aandringen. Van ellende heb ik dan maar een half lepeltje van dat spul ingeslikt. Wat een rotzooi! Pure kindermishandeling was het. Mocht ik kunnen praten, ik zou meteen naar de jongerentelefoon bellen. Baby's hebben ook rechten! Trouwens, voor ik het vergeet: er was al "Sterren op de Dansvloer" en "Sterren op het ijs". Binnenkort is het tijd voor "Sterre in Babyboom". Vanaf donderdag 6 december start Babyboom weer op VTM (sorry, Nederlanders). Men heeft me wijsgemaakt dat ik in de eerste 2 afleveringen zit, maar het kan ook later zijn.
Wie handtekeningen wilt, zal echter even moeten wachten tot ik kan schrijven.

Groetjes,

Sterre

Labels:

Valid XHTML 1.0 Strict Correct CSS! Add to Technorati Favorites